Optellen in plaats van aftrekken
Ik vang de laatste tijd geluiden op, dat ik mijn houding ten opzichte van Ajax heb afgezwakt, omdat onze nieuwe plannen gefaseerd moeten worden ingevoerd. Even voor alle duidelijkheid, in deze situatie zijn we gedwongen omdat we niks kunnen doen tot de directeur op 1 juni vertrokken is. Vanaf die dag moet blijken in hoeverre we het tijdverlies van twee maanden goed kunnen maken.
Verder ga ik hier niet verder op door. Ik wil optellen in plaats van aftrekken. Vooruit kijken met de mensen die het straks uit moeten voeren. Daarom hebben we de afgelopen weken niet stilgezeten. Om de focus op het eerste elftal te houden, heeft iedereen al die tijd zijn mond gehouden. Wel werd er achter de schermen hard gewerkt om vanaf 1 juni meteen aan de slag te kunnen gaan.
Intussen hebben we extra goed om ons heen gekeken. De rode draad die door onze plannen loopt is tenslotte samenwerking. Wat dat betreft heeft het nadeel van het tijdverlies ook z�n voordeel gehad. Omdat we nu nog beter dan daarvoor weten wie er wel of niet bereid is om samen te werken.
Mijn belangrijkste taak is om voor zoveel mogelijk ondersteuning te zorgen voor het technisch beleid dat Wim Jonk en Dennis Bergkamp straks, in samenspraak met de coaches van het eerste elftal, bij de jeugd gaan uitvoeren. Om Wim en Dennis van meet af aan goed mogelijk te laten functioneren, wordt er in alle geledingen know-how gemobiliseerd. Dus voor zowel het dagelijkse werk als voor allerlei adviezen.
Frank de Boer, Bergkamp en Jonk moeten straks niet alleen afhankelijk zijn van de mensen die binnen de club een functie hebben, omdat veel zaken ook via de onoffici�le kanalen worden geregeld. Dat werkt vaak veel effectiever dan wanneer het eerst in een commissie besproken moet worden.
Wat dat betreft is de rol van Guus Hiddink een goed voorbeeld. Omdat hij nog bondscoach van Turkije is, ligt een offici�le functie nu niet voor de hand. Maar natuurlijk is hij wel beschikbaar als Frank, Dennis of Wim ergens mee zitten en overleg willen plegen.
Zoals Guus zijn er meer. Allemaal mensen die samen veel knowhow in kunnen brengen. Dat is hard nodig, omdat er nog een hoop moet gebeuren. Zaken, die op een totaal andere leest geschoeid zijn geweest, gaan straks veranderen. Het liefst zo snel mogelijk. Het is een uitdaging om dat met z�n allen goed aan te pakken. Alles ligt klaar en de komende dagen kunnen de namen bij de verschillende functies worden gekozen. Om vanaf 1 juni meteen vooruit te kunnen kijken.
bron: http://www.telegraaf.nl/
|
|
|||||
|---|---|---|---|---|---|
|
|
Showing posts with label Column. Show all posts
Showing posts with label Column. Show all posts
Monday, May 23, 2011
Monday, May 16, 2011
Column; Johan Cruijff
Heel mooi begin
Ik had het vorige week al aangegeven: de bekerfinale is leuk, maar er zit nog een wedstrijd achter. En wat voor ��n! Ajax is kampioen geworden door op exact het juiste moment heel goed te zijn. Daarom is het voor iedereen ook een uitstekende dag geworden.
Een dag zonder echte slachtoffers, omdat FC Twente dankzij de tweede plaats nog uitzicht op de Champions League heeft. Gerechtigheid voor een club, die met Ajax voor zo�n spectaculair slot van de competitie heeft gezorgd. Waarin de prijzen uiteindelijk eerlijk werden verdeeld. Omdat Ajax in de belangrijkste wedstrijd toch de betere was.
Bovendien is het een fantastisch begin. De sfeer in het stadion en de manier waarop er werd gewonnen, positiever kan het nieuwe hoofdstuk straks niet worden opengeslagen. Want zoals iedereen weet is er enkele maanden geleden een analyse gemaakt over hoe het met Ajax verder moet.
Frank de Boer heeft in dat opzicht heel positieve stappen gemaakt. Vaak zie je dat dingen ineens gaan lopen, als iemand er nieuw bijkomt. Alleen moet je dat wel goed aanvoelen. Daar is Frank vanaf zijn start in december heel goed mee omgegaan.
Alleen moeten we nu wel verder. Dit landskampioenschap moet het begin zijn van een lange periode waarin Ajax op een hoog niveau een constante factor blijft. Het kan niet meer zo zijn, dat de invulling van het beleid afhangt van ��n wedstrijd waarin iets goed of iets fout gaat.
De realiteit leert, dat er de afgelopen maanden te wisselvallig is gevoetbald. Niet alleen door Ajax, maar ook door de concurrentie. Het knappe van Frank de Boer is geweest, dat hij er desondanks in is geslaagd om stappen te maken. Daarom moeten de komende maanden ook de voorwaarden worden geschapen, dat deze lijn wordt doorgetrokken. Ondersteund vanuit alle geledingen van de club.
Volgende week zal ik hier dieper op ingaan. Nu nog niet. De afgelopen weken heeft iedereen uit onze groep zich bewust rustig gehouden. Juist om het eerste elftal niet voor de voeten te lopen, zolang Ajax in de race om het kampioenschap was. Het zegt veel over alle betrokkenen, dat iedereen zich daar ook aan gehouden heeft.
Nu de titel binnen is, gaan we aan de slag. Maar pas na het feest. Eerst moet iedereen genieten van een mooie ontlading. Ajax is eindelijk kampioen, Ajax speelt weer Champions League en Ajax kan daardoor verder.Een beter begin had niemand zich kunnen wensen.
bron: www.telegraaf.nl
Ik had het vorige week al aangegeven: de bekerfinale is leuk, maar er zit nog een wedstrijd achter. En wat voor ��n! Ajax is kampioen geworden door op exact het juiste moment heel goed te zijn. Daarom is het voor iedereen ook een uitstekende dag geworden.
Een dag zonder echte slachtoffers, omdat FC Twente dankzij de tweede plaats nog uitzicht op de Champions League heeft. Gerechtigheid voor een club, die met Ajax voor zo�n spectaculair slot van de competitie heeft gezorgd. Waarin de prijzen uiteindelijk eerlijk werden verdeeld. Omdat Ajax in de belangrijkste wedstrijd toch de betere was.
Bovendien is het een fantastisch begin. De sfeer in het stadion en de manier waarop er werd gewonnen, positiever kan het nieuwe hoofdstuk straks niet worden opengeslagen. Want zoals iedereen weet is er enkele maanden geleden een analyse gemaakt over hoe het met Ajax verder moet.
Frank de Boer heeft in dat opzicht heel positieve stappen gemaakt. Vaak zie je dat dingen ineens gaan lopen, als iemand er nieuw bijkomt. Alleen moet je dat wel goed aanvoelen. Daar is Frank vanaf zijn start in december heel goed mee omgegaan.
Alleen moeten we nu wel verder. Dit landskampioenschap moet het begin zijn van een lange periode waarin Ajax op een hoog niveau een constante factor blijft. Het kan niet meer zo zijn, dat de invulling van het beleid afhangt van ��n wedstrijd waarin iets goed of iets fout gaat.
De realiteit leert, dat er de afgelopen maanden te wisselvallig is gevoetbald. Niet alleen door Ajax, maar ook door de concurrentie. Het knappe van Frank de Boer is geweest, dat hij er desondanks in is geslaagd om stappen te maken. Daarom moeten de komende maanden ook de voorwaarden worden geschapen, dat deze lijn wordt doorgetrokken. Ondersteund vanuit alle geledingen van de club.
Volgende week zal ik hier dieper op ingaan. Nu nog niet. De afgelopen weken heeft iedereen uit onze groep zich bewust rustig gehouden. Juist om het eerste elftal niet voor de voeten te lopen, zolang Ajax in de race om het kampioenschap was. Het zegt veel over alle betrokkenen, dat iedereen zich daar ook aan gehouden heeft.
Nu de titel binnen is, gaan we aan de slag. Maar pas na het feest. Eerst moet iedereen genieten van een mooie ontlading. Ajax is eindelijk kampioen, Ajax speelt weer Champions League en Ajax kan daardoor verder.Een beter begin had niemand zich kunnen wensen.
bron: www.telegraaf.nl
Monday, May 9, 2011
Column; Johan Cruijff
Ballesteros fenomeen
Natuurlijk was de bekerfinale boeiend en een echte wedstrijd. Toch blijft het vooral leuk voor de statistieken. FC Twente mag nu tot zondag roepen dat ze een beker hebben gewonnen, maar daar houdt het verder mee op.
Ik wil er vooral mee zeggen, dat hoe leuk en spannend de bekerfinale ook was, die ene wedstrijd er toch achter zit. Het laatste competitieduel waarin niet alleen over de landstitel wordt beslist, maar waarschijnlijk ook wie er wel en niet in de Champions League mag uitkomen. D��r komt het zondag op aan.
Daarom heb ik vooral genoten van een leuke en spannende wedstrijd, maar verder valt er weinig over te zeggen. Dat geldt natuurlijk wel voor Seve Ballesteros. Op 54-jarige leeftijd is ��n van de grootste golfers uit de geschiedenis veel te vroeg overleden. Een fenomeen, dat ik zo�n veertig jaar heb gekend.
Onze eerste ontmoeting was kort nadat ik van Ajax naar Barcelona was gegaan. In die periode stelde golf in Nederland, maar ook in Spanje nog weinig voor. Ik werd voorgesteld aan een piepjonge Ballesteros, die toen al als een spectaculair talent werd beschouwd. Hij bleek een enorme fan van Barcelona te zijn en meteen vielen me zijn uitstraling en intelligentie op.
Ballesteros was er ook bij, toen ik voor het eerst een golfclub in mijn handen nam. Dat was tijdens het KLM Open en ook daarna zijn we elkaar op allerlei golfcourts in de wereld tegen blijven komen. Qua mentaliteit werden we soms ook met elkaar vergeleken. Seve was een aanvaller en begon pas echt goed te spelen als het moeilijk werd. Ik kan me nog een afslag herinneren, die op het parkeerterrein terecht kwam. Zo kon hij een simpele bal helemaal verknallen. Maar nadat wat auto�s waren verplaatst sloeg hij vanaf de parkeerstrook weer zo�n fenomenale bal, dat de situatie weer helemaal in zijn voordeel kantelde.
Daarom was hij ook waanzinnig populair in Engeland, waar ze van dit soort types houden.Maar naast een geweldige topsporter is Ballesteros vooral een pionier geweest. De eerste Spanjaard die er in het golfen toe deed en door wie Spanje voor golfers uit de hele wereld een paradijs is geworden. De ene golfbaan is nog mooier dan de ander. Bovendien heeft hij er in Zuid-Europa voor gezorgd, dat via het golf ook oudere mensen gingen sporten. Daarom is en biljft Seve Ballesteros voor mij een fenomeen.
bron: www.telegraaf.nl
Natuurlijk was de bekerfinale boeiend en een echte wedstrijd. Toch blijft het vooral leuk voor de statistieken. FC Twente mag nu tot zondag roepen dat ze een beker hebben gewonnen, maar daar houdt het verder mee op.
Ik wil er vooral mee zeggen, dat hoe leuk en spannend de bekerfinale ook was, die ene wedstrijd er toch achter zit. Het laatste competitieduel waarin niet alleen over de landstitel wordt beslist, maar waarschijnlijk ook wie er wel en niet in de Champions League mag uitkomen. D��r komt het zondag op aan.
Daarom heb ik vooral genoten van een leuke en spannende wedstrijd, maar verder valt er weinig over te zeggen. Dat geldt natuurlijk wel voor Seve Ballesteros. Op 54-jarige leeftijd is ��n van de grootste golfers uit de geschiedenis veel te vroeg overleden. Een fenomeen, dat ik zo�n veertig jaar heb gekend.
Onze eerste ontmoeting was kort nadat ik van Ajax naar Barcelona was gegaan. In die periode stelde golf in Nederland, maar ook in Spanje nog weinig voor. Ik werd voorgesteld aan een piepjonge Ballesteros, die toen al als een spectaculair talent werd beschouwd. Hij bleek een enorme fan van Barcelona te zijn en meteen vielen me zijn uitstraling en intelligentie op.
Ballesteros was er ook bij, toen ik voor het eerst een golfclub in mijn handen nam. Dat was tijdens het KLM Open en ook daarna zijn we elkaar op allerlei golfcourts in de wereld tegen blijven komen. Qua mentaliteit werden we soms ook met elkaar vergeleken. Seve was een aanvaller en begon pas echt goed te spelen als het moeilijk werd. Ik kan me nog een afslag herinneren, die op het parkeerterrein terecht kwam. Zo kon hij een simpele bal helemaal verknallen. Maar nadat wat auto�s waren verplaatst sloeg hij vanaf de parkeerstrook weer zo�n fenomenale bal, dat de situatie weer helemaal in zijn voordeel kantelde.
Daarom was hij ook waanzinnig populair in Engeland, waar ze van dit soort types houden.Maar naast een geweldige topsporter is Ballesteros vooral een pionier geweest. De eerste Spanjaard die er in het golfen toe deed en door wie Spanje voor golfers uit de hele wereld een paradijs is geworden. De ene golfbaan is nog mooier dan de ander. Bovendien heeft hij er in Zuid-Europa voor gezorgd, dat via het golf ook oudere mensen gingen sporten. Daarom is en biljft Seve Ballesteros voor mij een fenomeen.
bron: www.telegraaf.nl
Monday, April 18, 2011
Column; Johan Cruijff
Mourinho geeft mooi compliment aan Barcelona
Als Real Madrid een thuiswedstrijd met zeven verdedigers begint, is dat het mooiste compliment dat Barcelona kan krijgen. Daarmee komt natuurlijk ook de Portugese mentaliteit van coach Jos� Mourinho naar boven. Hij is nooit de man van het mooie voetbal geweest, wel van het resultaat.
Wat het waarom van zijn beslissing betreft, bleek Mourinho iedereen een stap voor te zijn geweest. Hij had besloten om rond Real-Barcelona de pers niet te woord te staan en daarom hoefde hij na afloop ook geen antwoord te geven op de vraag waarom Real uitgerekend in het eigen stadion zo gevoetbald had.
Natuurlijk moest Mourinho iets doen voor de vier wedstrijden die hij de komende weken tegen Barcelona moet spelen. Real moet dit seizoen een prijs pakken en die kans is in de Spaanse Liga het kleinst. Dus om meteen in het eerste duel aan te vallen, zoals ze eerder dit seizoen in Barcelona deden, lag niet voor de hand. Toen gingen er vijf in, nu zou dat ook nog eens een extra domper voor de komende wedstrijden voor de Spaanse beker en Champions League zijn geweest.
Maar om dan voor zeven verdedigers en drie aanvallers te kiezen is natuurlijk wel een ander uiterste. Verder viel het me op, dat Barcelona met acht spelers uit de eigen opleiding speelde en Real met maar ��n, doelman Casillas. Voor meer dan 200 miljoen kijkers werd zowel qua spelopvatting als clubfilosofie een groot contrast zichtbaar.
Zoals ik de hele uitstraling en houding van Barcelona-trainer Pep Guardiola vele malen beter vond dan die van Mourinho. Vooral in dit soort wedstrijden heb je een voorbeeldfunctie richting de jeugd.
Terug naar de acht jongens uit de eigen kweek bij Barcelona. Het aantal doet me nooit zoveel, omdat het weinig over de kwaliteit van de opleiding zegt. Het gaat er vooral om of een zelf opgeleid talent in staat is om meteen dat te doen wat er op dit niveau gevraagd wordt.
Daar komt bij, dat de jongens uit de eigen kweek bij Barcelona ook nog de bepalende spelers zijn. Het begint bij doelman Valdes, die enorm snel in de omschakeling van balverlies naar balbezit is. Bovendien gebruikt hij zijn benen goed, omdat hij daarvoor de techniek heeft.
Hetzelfde geldt voor het middenveld, waar Xavi, Iniesta en Busquets allemaal een eigen stijl hebben, maar toch in staat zijn om zowel technisch als tactisch de juiste dingen te doen.
Het mooie is, dat Guardiola zelf als jeugdtrainer met veel van deze jongens heeft gewerkt. Door de korte lijnen die hij had met zijn voorganger Frank Rijkaard, zou het talent uiteindelijk maximaal worden benut.
De klasse is, dat veel van deze voetballers totaal van elkaar verschillen, maar toch de huisregels van Barcelona beheersen. De opleiding is dus in staat om spelers vanuit de clubfilosofie op te leiden en tegelijk het beste uit het persoonlijke talent naar boven te halen.
Als Real Madrid een thuiswedstrijd met zeven verdedigers begint, is dat het mooiste compliment dat Barcelona kan krijgen. Daarmee komt natuurlijk ook de Portugese mentaliteit van coach Jos� Mourinho naar boven. Hij is nooit de man van het mooie voetbal geweest, wel van het resultaat.
Wat het waarom van zijn beslissing betreft, bleek Mourinho iedereen een stap voor te zijn geweest. Hij had besloten om rond Real-Barcelona de pers niet te woord te staan en daarom hoefde hij na afloop ook geen antwoord te geven op de vraag waarom Real uitgerekend in het eigen stadion zo gevoetbald had.
Natuurlijk moest Mourinho iets doen voor de vier wedstrijden die hij de komende weken tegen Barcelona moet spelen. Real moet dit seizoen een prijs pakken en die kans is in de Spaanse Liga het kleinst. Dus om meteen in het eerste duel aan te vallen, zoals ze eerder dit seizoen in Barcelona deden, lag niet voor de hand. Toen gingen er vijf in, nu zou dat ook nog eens een extra domper voor de komende wedstrijden voor de Spaanse beker en Champions League zijn geweest.
Maar om dan voor zeven verdedigers en drie aanvallers te kiezen is natuurlijk wel een ander uiterste. Verder viel het me op, dat Barcelona met acht spelers uit de eigen opleiding speelde en Real met maar ��n, doelman Casillas. Voor meer dan 200 miljoen kijkers werd zowel qua spelopvatting als clubfilosofie een groot contrast zichtbaar.
Zoals ik de hele uitstraling en houding van Barcelona-trainer Pep Guardiola vele malen beter vond dan die van Mourinho. Vooral in dit soort wedstrijden heb je een voorbeeldfunctie richting de jeugd.
Terug naar de acht jongens uit de eigen kweek bij Barcelona. Het aantal doet me nooit zoveel, omdat het weinig over de kwaliteit van de opleiding zegt. Het gaat er vooral om of een zelf opgeleid talent in staat is om meteen dat te doen wat er op dit niveau gevraagd wordt.
Daar komt bij, dat de jongens uit de eigen kweek bij Barcelona ook nog de bepalende spelers zijn. Het begint bij doelman Valdes, die enorm snel in de omschakeling van balverlies naar balbezit is. Bovendien gebruikt hij zijn benen goed, omdat hij daarvoor de techniek heeft.
Hetzelfde geldt voor het middenveld, waar Xavi, Iniesta en Busquets allemaal een eigen stijl hebben, maar toch in staat zijn om zowel technisch als tactisch de juiste dingen te doen.
Het mooie is, dat Guardiola zelf als jeugdtrainer met veel van deze jongens heeft gewerkt. Door de korte lijnen die hij had met zijn voorganger Frank Rijkaard, zou het talent uiteindelijk maximaal worden benut.
De klasse is, dat veel van deze voetballers totaal van elkaar verschillen, maar toch de huisregels van Barcelona beheersen. De opleiding is dus in staat om spelers vanuit de clubfilosofie op te leiden en tegelijk het beste uit het persoonlijke talent naar boven te halen.
Monday, April 11, 2011
Column: Johan Cruijff
Europa League speelt Twente en PSV parten
De afgelopen week zijn vooral de gigantische uitslagen in de Europa-Cuptoernooien het meest opgevallen. Met helaas ook FC Twente en PSV onder de slachtoffers. Maar om nu meteen vast te stellen, dat het Nederlandse voetbal niets op dit niveau te zoeken heeft, gaat me te ver. Wat dat betreft vind ik de sterke prestaties van de Portugese ploegen veelzeggend. Dat land is toch met Nederland te vergelijken en heeft met Benfica, FC Porto en Braga een uitstekende indruk achtergelaten.
Kom ik weer terug op ��n van mijn stokpaardjes, dat we in ons land de opleiding moeten intensiveren en effici�nter moeten aankopen. Er zit echt nog rek in diverse spelers en elftallen.
Zoals ook het omgaan met midweekse wedstrijden beter zal moeten. De afgelopen maanden is het bijna schering en inslag, dat de Nederlandse clubs punten verspelen als ze door de week in Europa hebben gespeeld. Ik heb al eerder aangegeven, dat na de uitschakeling door Spartak Moskou er voor Ajax kansen richting het landskampioenschap zouden komen. Dat is dit weekeinde dus gebleken. En ik sluit niet uit, dat die lijn na volgende week opnieuw doorgetrokken wordt.
Dan is het ook te hopen dat voor de Europese ranking FC Twente en PSV toch nog wat punten pakken. Wat dat betreft is het sowieso een goed internationaal jaar geweest, waardoor er over een jaar weer een extra ploeg voor de Europa League ingeschreven kan worden.
Terug naar de Champions League, waar Internazionale vijf goals tegen kreeg. Een gigantisch aantal voor een ploeg, die doorgaans vanuit de verdediging voetbalt. Aan de andere kant vond ik de nederlagen van Tottenham Hotspur en Shaktar Donetsk tegen Real Madrid en Barcelona geflatteerd. Ik vond Shaktar voetballend zelfs vrij goed; alleen kan je het tegen een ploeg als Barcelona niet permitteren om de linies niet aan te laten sluiten. De Catalanen gaan dan heel slim tussen de linies spelen en dan ben je als tegenstander gezien.
Het mag duidelijk zijn, dat er bij zowel PSV als FC Twente veel misging. Wat ik al aangaf, heeft dit meteen doorgewerkt richting de eredivisie en is de spanning terug. Hopelijk kan Ajax de druk op de twee koplopers verder opvoeren, waardoor het kampioenschap eindelijk in zicht komt na zeven jaar.
Daarom wil ik dit keer ook weinig kwijt over de interne discussie die bij Ajax wordt gevoerd. Ik heb een prima gesprek met een delegatie van de club gehad en die mensen doen nu verder hun werk. Wat dat betreft wacht ik nu even op de dingen die komen gaan.
bron: www.telegraaf.nl
De afgelopen week zijn vooral de gigantische uitslagen in de Europa-Cuptoernooien het meest opgevallen. Met helaas ook FC Twente en PSV onder de slachtoffers. Maar om nu meteen vast te stellen, dat het Nederlandse voetbal niets op dit niveau te zoeken heeft, gaat me te ver. Wat dat betreft vind ik de sterke prestaties van de Portugese ploegen veelzeggend. Dat land is toch met Nederland te vergelijken en heeft met Benfica, FC Porto en Braga een uitstekende indruk achtergelaten.
Kom ik weer terug op ��n van mijn stokpaardjes, dat we in ons land de opleiding moeten intensiveren en effici�nter moeten aankopen. Er zit echt nog rek in diverse spelers en elftallen.
Zoals ook het omgaan met midweekse wedstrijden beter zal moeten. De afgelopen maanden is het bijna schering en inslag, dat de Nederlandse clubs punten verspelen als ze door de week in Europa hebben gespeeld. Ik heb al eerder aangegeven, dat na de uitschakeling door Spartak Moskou er voor Ajax kansen richting het landskampioenschap zouden komen. Dat is dit weekeinde dus gebleken. En ik sluit niet uit, dat die lijn na volgende week opnieuw doorgetrokken wordt.
Dan is het ook te hopen dat voor de Europese ranking FC Twente en PSV toch nog wat punten pakken. Wat dat betreft is het sowieso een goed internationaal jaar geweest, waardoor er over een jaar weer een extra ploeg voor de Europa League ingeschreven kan worden.
Terug naar de Champions League, waar Internazionale vijf goals tegen kreeg. Een gigantisch aantal voor een ploeg, die doorgaans vanuit de verdediging voetbalt. Aan de andere kant vond ik de nederlagen van Tottenham Hotspur en Shaktar Donetsk tegen Real Madrid en Barcelona geflatteerd. Ik vond Shaktar voetballend zelfs vrij goed; alleen kan je het tegen een ploeg als Barcelona niet permitteren om de linies niet aan te laten sluiten. De Catalanen gaan dan heel slim tussen de linies spelen en dan ben je als tegenstander gezien.
Het mag duidelijk zijn, dat er bij zowel PSV als FC Twente veel misging. Wat ik al aangaf, heeft dit meteen doorgewerkt richting de eredivisie en is de spanning terug. Hopelijk kan Ajax de druk op de twee koplopers verder opvoeren, waardoor het kampioenschap eindelijk in zicht komt na zeven jaar.
Daarom wil ik dit keer ook weinig kwijt over de interne discussie die bij Ajax wordt gevoerd. Ik heb een prima gesprek met een delegatie van de club gehad en die mensen doen nu verder hun werk. Wat dat betreft wacht ik nu even op de dingen die komen gaan.
bron: www.telegraaf.nl
Monday, April 4, 2011
Column; Johan Cruijff
Wachten op mijn beurt
We hebben weer een heisaweek achter de rug. Er is veel gebeurd en helaas is Ajax daar niet goed uitgekomen. Ik ben echt wel het ��n en ander gewend, maar dit heeft alles overtroffen wat ik eerder mee heb gemaakt.
Ik ben de laatste die wakker ligt als-ie zwart wordt gemaakt, maar doe het dan goed. Maak me desnoods pikzwart, maar betrek daar geen goede mensen bij, die met de beste bedoelingen met de club bezig zijn. Zij hebben geen besef van �kampen� of wat daar voor door moet gaan, zij zijn alleen bezig met Ajax. Uitgerekend deze mensen zijn gebruikt om mij te pakken.
Omdat ons technisch plan nu ook op straat ligt, kan iedereen zelf oordelen in hoeverre het hier om een machtsstrijd gaat. Volgens mij blijkt uit alles dat het alleen om Ajax gaat en om samenwerking. Deze klus moet samen worden geklaard en daarom begrijp ik nog steeds niet waarom er iedere keer gesuggereerd wordt dat we met een coup bezig zijn.
Wat er wel is gebeurd, is dat veel grote Ajacieden voor het eerst sinds jaren de koppen bij elkaar hebben gestoken om de club eens echt te helpen. Dat heeft een basisplan opgeleverd, waar in de toekomst nog best aan gesleuteld moet worden. Want theorie is ��n, maar de praktijk is altijd een ander verhaal. Bovendien is er nooit een plan geweest dat zonder fouten was. Daarom zal er tijdens het hele proces nog regelmatig van alle knowhow binnen de club gebruik worden gemaakt.
Maar we moeten nu gewoon beginnen. Als we te lang over het basisplan blijven discussi�ren, dan redden we het nooit voor 1 juli. Daarna zal het allemaal nog extra verfijnd moeten worden en van nog meer specialisten gebruik worden gemaakt dan nu al het geval is geweest. Want hoe meer mensen hier bij betrokken worden, hoe breder het binnen Ajax wordt gedragen. Daarom is het ook zo jammer dat door het opstappen van het bestuur alles vertraging oploopt.
Waar ik nu al trots op ben, is dat het bewijs is geleverd dat voetballers vandaag de dag een plan als dit kunnen samenstellen. Ze zijn zelfs naar Barcelona gekomen om daar met specialisten door te nemen hoe het in de praktijk vanuit ��n organisatie moet gaan werken.
Dat is ook de reden dat ik op dit moment geen antwoord geef op de vraag welke functie ik straks bij Ajax moet bekleden. Dat zal straks, tijdens de invulling van het hele proces moeten blijken. Dan zal duidelijk worden in welke rol ik het meeste rendement voor de club heb.
Ik wacht dus rustig mijn beurt af.
bron: www.telegraaf.nl
We hebben weer een heisaweek achter de rug. Er is veel gebeurd en helaas is Ajax daar niet goed uitgekomen. Ik ben echt wel het ��n en ander gewend, maar dit heeft alles overtroffen wat ik eerder mee heb gemaakt.
Ik ben de laatste die wakker ligt als-ie zwart wordt gemaakt, maar doe het dan goed. Maak me desnoods pikzwart, maar betrek daar geen goede mensen bij, die met de beste bedoelingen met de club bezig zijn. Zij hebben geen besef van �kampen� of wat daar voor door moet gaan, zij zijn alleen bezig met Ajax. Uitgerekend deze mensen zijn gebruikt om mij te pakken.
Omdat ons technisch plan nu ook op straat ligt, kan iedereen zelf oordelen in hoeverre het hier om een machtsstrijd gaat. Volgens mij blijkt uit alles dat het alleen om Ajax gaat en om samenwerking. Deze klus moet samen worden geklaard en daarom begrijp ik nog steeds niet waarom er iedere keer gesuggereerd wordt dat we met een coup bezig zijn.
Wat er wel is gebeurd, is dat veel grote Ajacieden voor het eerst sinds jaren de koppen bij elkaar hebben gestoken om de club eens echt te helpen. Dat heeft een basisplan opgeleverd, waar in de toekomst nog best aan gesleuteld moet worden. Want theorie is ��n, maar de praktijk is altijd een ander verhaal. Bovendien is er nooit een plan geweest dat zonder fouten was. Daarom zal er tijdens het hele proces nog regelmatig van alle knowhow binnen de club gebruik worden gemaakt.
Maar we moeten nu gewoon beginnen. Als we te lang over het basisplan blijven discussi�ren, dan redden we het nooit voor 1 juli. Daarna zal het allemaal nog extra verfijnd moeten worden en van nog meer specialisten gebruik worden gemaakt dan nu al het geval is geweest. Want hoe meer mensen hier bij betrokken worden, hoe breder het binnen Ajax wordt gedragen. Daarom is het ook zo jammer dat door het opstappen van het bestuur alles vertraging oploopt.
Waar ik nu al trots op ben, is dat het bewijs is geleverd dat voetballers vandaag de dag een plan als dit kunnen samenstellen. Ze zijn zelfs naar Barcelona gekomen om daar met specialisten door te nemen hoe het in de praktijk vanuit ��n organisatie moet gaan werken.
Dat is ook de reden dat ik op dit moment geen antwoord geef op de vraag welke functie ik straks bij Ajax moet bekleden. Dat zal straks, tijdens de invulling van het hele proces moeten blijken. Dan zal duidelijk worden in welke rol ik het meeste rendement voor de club heb.
Ik wacht dus rustig mijn beurt af.
bron: www.telegraaf.nl
Monday, March 28, 2011
Column; Johan Cruijff
Ajacieden tegen elkaar uitgespeeld
Onder voetballers bestaat een erecode. Collega�s met wie je samen de kleedkamer deelde, met wie je gewonnen en verloren hebt, die laat je in principe nooit vallen. Daardoor ontstond er, tijdens de samenstelling van het nieuwe technisch rapport voor Ajax, ook een enorm gevoelsprobleem. Voor ��n van onze vroegere maatjes bleek in de nieuwe organisatie geen plaats meer. Dat was ook de beslissing waar iedereen het langst over na moest denken.
Vergelijk het met een coach die een speler, die altijd goed gepresteerd heeft en altijd voor het team klaar heeft gestaan, moet vertellen dat er voor hem geen plaats meer in het elftal is. Niet omdat hij geen aardige jongen of geen goede voetballer is, maar omdat je anders verder wil richting de toekomst.
Als coach waren dat altijd mijn moeilijkste momenten.
Van nabij heb ik dan ook gezien hoe bijna iedereen worstelde met het gegeven dat er in de nieuwe aanpak van Ajax geen plaats meer voor Danny Blind was. Als ik dan hoor en lees, dat volgens de directeur van Ajax wij Blind meteen op straat hadden willen zetten, dan ben ik verbijsterd. Waar wij de grootste moeite mee hebben, daar stapt hij dus zo overheen!
Terwijl wij juist hebben aangekaart of er binnen het netwerk van Ajax voor Jan Olde Riekerink en Danny andere functies te vinden waren. Daarbij zijn zelfs concreet Almere City en Ajax Cape Town genoemd. En dan toch verkondigen, dat we opdracht hebben gegeven om ze van de ��n op andere dag op straat te kwakken.
Ik heb er de afgelopen dagen lang over nagedacht, maar als iemand zo met clubiconen aan de haal gaat, dan verdwijnt alle respect. Er knapt iets. Mensen als Dennis Bergkamp en Wim Jonk zijn tijdens hun carri�re qua prestaties en gedrag enorme voorbeelden voor anderen geweest. Het zijn topvoetballers, die overal in de wereld nu nog gerespecteerd worden. En zeker Dennis hoort tot de grootste iconen van Ajax. Als je iemand als hij zo�n mentaliteit verwijt, dan is dat niet alleen slecht en gemeen, maar ook onacceptabel.
Bij ons laatste gesprek waren namens de vereniging ook de bestuurders Uri Coronel en Joop Krant aanwezig; ik ben benieuwd hoe die reageren op het feit dat zoveel clubiconen op deze manier geschoffeerd worden. Maar dat niet alleen. Door het naar buiten brengen van de naam Blind, is er extra druk op de technische staf van het eerste elftal komen te liggen. Terwijl juist in deze fase er alles aan gedaan had moeten worden om de Champions League te halen. Daarom klopt het verhaal van de directeur ook van geen kant. Als Danny vandaag al op straat was gezet, zoals de directeur dat vertelt, dan was er door ons inbreuk gepleegd bij het eerste elftal en de werksituatie tussen Frank de Boer en Blind aangetast. Daarmee was het grootste belang van Ajax geschaad.
Dat wilden wij juist voorkomen, maar daar heeft de directeur dus maling aan. Zo worden grote Ajacieden als Bergkamp, Jonk en Blind tegen elkaar uitgespeeld. Geschoffeerd door iemand die de baas wil spelen.
bron :www.telegraaf.nl
Onder voetballers bestaat een erecode. Collega�s met wie je samen de kleedkamer deelde, met wie je gewonnen en verloren hebt, die laat je in principe nooit vallen. Daardoor ontstond er, tijdens de samenstelling van het nieuwe technisch rapport voor Ajax, ook een enorm gevoelsprobleem. Voor ��n van onze vroegere maatjes bleek in de nieuwe organisatie geen plaats meer. Dat was ook de beslissing waar iedereen het langst over na moest denken.
Vergelijk het met een coach die een speler, die altijd goed gepresteerd heeft en altijd voor het team klaar heeft gestaan, moet vertellen dat er voor hem geen plaats meer in het elftal is. Niet omdat hij geen aardige jongen of geen goede voetballer is, maar omdat je anders verder wil richting de toekomst.
Als coach waren dat altijd mijn moeilijkste momenten.
Van nabij heb ik dan ook gezien hoe bijna iedereen worstelde met het gegeven dat er in de nieuwe aanpak van Ajax geen plaats meer voor Danny Blind was. Als ik dan hoor en lees, dat volgens de directeur van Ajax wij Blind meteen op straat hadden willen zetten, dan ben ik verbijsterd. Waar wij de grootste moeite mee hebben, daar stapt hij dus zo overheen!
Terwijl wij juist hebben aangekaart of er binnen het netwerk van Ajax voor Jan Olde Riekerink en Danny andere functies te vinden waren. Daarbij zijn zelfs concreet Almere City en Ajax Cape Town genoemd. En dan toch verkondigen, dat we opdracht hebben gegeven om ze van de ��n op andere dag op straat te kwakken.
Ik heb er de afgelopen dagen lang over nagedacht, maar als iemand zo met clubiconen aan de haal gaat, dan verdwijnt alle respect. Er knapt iets. Mensen als Dennis Bergkamp en Wim Jonk zijn tijdens hun carri�re qua prestaties en gedrag enorme voorbeelden voor anderen geweest. Het zijn topvoetballers, die overal in de wereld nu nog gerespecteerd worden. En zeker Dennis hoort tot de grootste iconen van Ajax. Als je iemand als hij zo�n mentaliteit verwijt, dan is dat niet alleen slecht en gemeen, maar ook onacceptabel.
Bij ons laatste gesprek waren namens de vereniging ook de bestuurders Uri Coronel en Joop Krant aanwezig; ik ben benieuwd hoe die reageren op het feit dat zoveel clubiconen op deze manier geschoffeerd worden. Maar dat niet alleen. Door het naar buiten brengen van de naam Blind, is er extra druk op de technische staf van het eerste elftal komen te liggen. Terwijl juist in deze fase er alles aan gedaan had moeten worden om de Champions League te halen. Daarom klopt het verhaal van de directeur ook van geen kant. Als Danny vandaag al op straat was gezet, zoals de directeur dat vertelt, dan was er door ons inbreuk gepleegd bij het eerste elftal en de werksituatie tussen Frank de Boer en Blind aangetast. Daarmee was het grootste belang van Ajax geschaad.
Dat wilden wij juist voorkomen, maar daar heeft de directeur dus maling aan. Zo worden grote Ajacieden als Bergkamp, Jonk en Blind tegen elkaar uitgespeeld. Geschoffeerd door iemand die de baas wil spelen.
bron :www.telegraaf.nl
Tuesday, March 15, 2011
Column; Nico Dijkshoorn
Jol had al moeten doen wat Frank de Boer nu doet.
Frank de Boer heeft een veel groter probleem dan Mounir El Hamdaoui. Er zit een reporter van De Telegraaf in zijn selectie. Enkele dagen geleden werd, via De Telegraaf, bekendgemaakt dat El Hamdaoui en Luis Suarez meteen na de eerste ontmoeting vechtend door de kleedkamer rolden.
Laat ik eerlijk zijn: dat lees ik graag. Berichten uit de catacomben. Daar waar niemand komt. De kleedkamer is bij uitstek een plek waar je als gewone sterveling naar moet blijven gissen. Het is misschien wel de enige plek waar je als speler veilig bent.
Sinds iedereen met een telefoon in zijn hand onder de deur van het toilet door kan filmen hoe een Bekende Nederlander naar zijn toiletpapier zit te staren, of hij wel of niet nog een keer zijn kont moet vegen, zijn vooral de spelers van Ajax vogelvrij. Het is heerlijk om het leven van een popster te leiden, maar het heeft ook zo zijn nadelen.
Gregory van der Wiel kan hoofddoekjes omdoen wat hij wil, hij kan verkleed op een paar Uggs over straat gaan, maar twee minuten nadat hij om drie uur �s nachts in De Melkweg met een rapper op de foto gaat die net twee uur lang, ritmisch begeleid door knallende snaredrums, in steeds wisselend perspectief voornamelijk heeft staan vertellen dat hij iedere bitch keihard in haar reet, kut, mond of oor wil neuken, staat de foto van de vriendelijk lachende Gregory al op Twitter.
Je moet als voetballer op je hoede zijn. Bij Theo Janssen is het weer net andersom. Die heeft een reputatie hoog te houden als het om onverantwoord verwarrend gedrag gaat. Die hoeft maar ��n keer met pantoffeltjes en een krant te worden gefotografeerd en het is einde carri�re. Een scherpe foto van Theo Janssen die zijn auto gewoon met de wielen aan de onderkant langs de kant van een weg parkeert is goud waard.
Voetballers � de nieuwe popsterren � zijn vogelvrij en de meesten vinden het heerlijk. Het hoort bij de opleiding. Je moet je erbij neerleggen dat iedereen je aan kan spreken en dat iedereen iets van je vindt. Dat geldt voor alle plekken, behalve de kleedkamer. Daar komt niemand van buiten. Tot het begin van dit seizoen dan.
Ik weet precies wat er op een beslissend moment in de kleedkamer van Ajax is gebeurd. Ik pak het bericht er even bij. 'El Hamdaoui vroeg Suarez bij zijn entree waar hij in de kleedkamer moest zitten. De Uruguayaan wees vervolgens naar het toilet. De van AZ overgekomen aanvaller was daar niet van gediend en greep de aanvoerder bij zijn keel.'
Een lekkere binnenkomer. Een entree die navolging verdient. El Hamdaoui doet hier wat iedere nieuwe werknemer graag zou doen. Nu kom je nog verlegen binnen, zit je doodsbang te luisteren naar alle nieuwe collega�s om je heen, je luistert beleefd naar wat lulverhalen van enkele populaire figuren en daarna eet je zwijgend je lunch. Dat kan vanaf nu heel anders. Op zijn El Hamdaouis. Binnenkomen en als ze koffie aanbieden meteen de tafel in een hoek smijten. Daarna blind intrappen op je directe leidinggevende. Niemand biedt jou ongevraagd koffie aan.
Het is even wennen, maar wel veel eerlijker. Je hoeft niet meer met kramp in je kaken dom te lachen om slechte kantoorhumor. Als iets je niet bevalt, sla je er meteen op los. Wachten tot je collega zegt: �Hier kan je je jas ophangen�, en dan p�ng, meteen tussen haar ogen.
Het bericht uit de kleedkamer roept veel vragen op. Hoe zou El Hamdaoui hebben gereageerd op de voetbalhumor van vroeger? Nu was het alleen nog maar het wijzen naar een toilet. Je vraagt je af hoe El Hamdaoui zou reageren op de bekende voetbalhumor uit de jaren tachtig. Zijn sokken doorknippen. Zijn auto op kistjes zetten. Zijn shampoo-flesje vol pissen. Dat werk. Laat El Hamdaoui een weekje met ADO Den Haag meetrainen en er vallen zes doden. Daar vindt El Hamdaoui na de training een gepureerde varkenskop in zijn schoenen. Staat hij te douchen, laten ze 190 slachtlammeren de kleedkamer binnen denderen. Lachen.
Ik vind het moeilijk om in deze zaak een standpunt in te nemen. Ik erger me aan de ene kant helemaal gek aan die belachelijke trots van El Hamdaoui. Ik snap ook waar de actie van Suarez vandaan komt. Die heeft, als aanvoerder, direct aangevoeld dat El Hamdaoui het slechtste was wat Ajax kon overkomen. Waar meneer verschijnt eist hij respect.
Bij AZ was het niet anders. Hij is een van die voetballers die pas goed presteert als de trainer en het publiek in hem geloven. Ik vind dat altijd wat treurige spelers. Ze spelen slecht, leggen ze uit, omdat ze geen vertrouwen krijgen. Als trainer en publiek warmte uitstralen dan �geven ze daar er iets voor terug�. Het zogenaamde chantage-model. Pas goed voetballen als iedereen net doet alsof ze je heel goed vinden.
Aan de andere kant vind ik El Hamdaoui zijn primaire reactie wel eerlijk. Het komt natuurlijk voort uit egomane hoogmoedswaanzin, maar hij is niet dom staan gaan lachen om iets waar hij zich diep beledigd door voelde.
We weten nu wel zeker, na het uitlekken van dit incident, waarom Suarez en El Hamdaoui elkaar in het veld ook niets gunden. Twee jongetjes waren het, op een schoolplein. Naar elkaar loerend. Met terugwerkende kracht voel ik me belazerd door die twee. Al die handjes over het hoofd als de ander scoorde, al die lachjes naar elkaar in het veld, het is uiteindelijk een grote schertsvertoning geweest.
We weten een ding zeker. Frank de Boer is een betere coach dan Martin Jol. Martin Jol heeft geweten wat er in de kleedkamer gebeurde en heeft daarna de verkeerde mensen met zijn straftrainingen lastig gevallen. Martin Jol had toen al moeten doen wat Frank de Boer nu doet. El Hamdaoui uit de selectie zetten. Ajax zou dan nu bovenaan hebben gestaan.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Frank de Boer heeft een veel groter probleem dan Mounir El Hamdaoui. Er zit een reporter van De Telegraaf in zijn selectie. Enkele dagen geleden werd, via De Telegraaf, bekendgemaakt dat El Hamdaoui en Luis Suarez meteen na de eerste ontmoeting vechtend door de kleedkamer rolden.
Laat ik eerlijk zijn: dat lees ik graag. Berichten uit de catacomben. Daar waar niemand komt. De kleedkamer is bij uitstek een plek waar je als gewone sterveling naar moet blijven gissen. Het is misschien wel de enige plek waar je als speler veilig bent.
Sinds iedereen met een telefoon in zijn hand onder de deur van het toilet door kan filmen hoe een Bekende Nederlander naar zijn toiletpapier zit te staren, of hij wel of niet nog een keer zijn kont moet vegen, zijn vooral de spelers van Ajax vogelvrij. Het is heerlijk om het leven van een popster te leiden, maar het heeft ook zo zijn nadelen.
Gregory van der Wiel kan hoofddoekjes omdoen wat hij wil, hij kan verkleed op een paar Uggs over straat gaan, maar twee minuten nadat hij om drie uur �s nachts in De Melkweg met een rapper op de foto gaat die net twee uur lang, ritmisch begeleid door knallende snaredrums, in steeds wisselend perspectief voornamelijk heeft staan vertellen dat hij iedere bitch keihard in haar reet, kut, mond of oor wil neuken, staat de foto van de vriendelijk lachende Gregory al op Twitter.
Je moet als voetballer op je hoede zijn. Bij Theo Janssen is het weer net andersom. Die heeft een reputatie hoog te houden als het om onverantwoord verwarrend gedrag gaat. Die hoeft maar ��n keer met pantoffeltjes en een krant te worden gefotografeerd en het is einde carri�re. Een scherpe foto van Theo Janssen die zijn auto gewoon met de wielen aan de onderkant langs de kant van een weg parkeert is goud waard.
Voetballers � de nieuwe popsterren � zijn vogelvrij en de meesten vinden het heerlijk. Het hoort bij de opleiding. Je moet je erbij neerleggen dat iedereen je aan kan spreken en dat iedereen iets van je vindt. Dat geldt voor alle plekken, behalve de kleedkamer. Daar komt niemand van buiten. Tot het begin van dit seizoen dan.
Ik weet precies wat er op een beslissend moment in de kleedkamer van Ajax is gebeurd. Ik pak het bericht er even bij. 'El Hamdaoui vroeg Suarez bij zijn entree waar hij in de kleedkamer moest zitten. De Uruguayaan wees vervolgens naar het toilet. De van AZ overgekomen aanvaller was daar niet van gediend en greep de aanvoerder bij zijn keel.'
Een lekkere binnenkomer. Een entree die navolging verdient. El Hamdaoui doet hier wat iedere nieuwe werknemer graag zou doen. Nu kom je nog verlegen binnen, zit je doodsbang te luisteren naar alle nieuwe collega�s om je heen, je luistert beleefd naar wat lulverhalen van enkele populaire figuren en daarna eet je zwijgend je lunch. Dat kan vanaf nu heel anders. Op zijn El Hamdaouis. Binnenkomen en als ze koffie aanbieden meteen de tafel in een hoek smijten. Daarna blind intrappen op je directe leidinggevende. Niemand biedt jou ongevraagd koffie aan.
Het is even wennen, maar wel veel eerlijker. Je hoeft niet meer met kramp in je kaken dom te lachen om slechte kantoorhumor. Als iets je niet bevalt, sla je er meteen op los. Wachten tot je collega zegt: �Hier kan je je jas ophangen�, en dan p�ng, meteen tussen haar ogen.
Het bericht uit de kleedkamer roept veel vragen op. Hoe zou El Hamdaoui hebben gereageerd op de voetbalhumor van vroeger? Nu was het alleen nog maar het wijzen naar een toilet. Je vraagt je af hoe El Hamdaoui zou reageren op de bekende voetbalhumor uit de jaren tachtig. Zijn sokken doorknippen. Zijn auto op kistjes zetten. Zijn shampoo-flesje vol pissen. Dat werk. Laat El Hamdaoui een weekje met ADO Den Haag meetrainen en er vallen zes doden. Daar vindt El Hamdaoui na de training een gepureerde varkenskop in zijn schoenen. Staat hij te douchen, laten ze 190 slachtlammeren de kleedkamer binnen denderen. Lachen.
Ik vind het moeilijk om in deze zaak een standpunt in te nemen. Ik erger me aan de ene kant helemaal gek aan die belachelijke trots van El Hamdaoui. Ik snap ook waar de actie van Suarez vandaan komt. Die heeft, als aanvoerder, direct aangevoeld dat El Hamdaoui het slechtste was wat Ajax kon overkomen. Waar meneer verschijnt eist hij respect.
Bij AZ was het niet anders. Hij is een van die voetballers die pas goed presteert als de trainer en het publiek in hem geloven. Ik vind dat altijd wat treurige spelers. Ze spelen slecht, leggen ze uit, omdat ze geen vertrouwen krijgen. Als trainer en publiek warmte uitstralen dan �geven ze daar er iets voor terug�. Het zogenaamde chantage-model. Pas goed voetballen als iedereen net doet alsof ze je heel goed vinden.
Aan de andere kant vind ik El Hamdaoui zijn primaire reactie wel eerlijk. Het komt natuurlijk voort uit egomane hoogmoedswaanzin, maar hij is niet dom staan gaan lachen om iets waar hij zich diep beledigd door voelde.
We weten nu wel zeker, na het uitlekken van dit incident, waarom Suarez en El Hamdaoui elkaar in het veld ook niets gunden. Twee jongetjes waren het, op een schoolplein. Naar elkaar loerend. Met terugwerkende kracht voel ik me belazerd door die twee. Al die handjes over het hoofd als de ander scoorde, al die lachjes naar elkaar in het veld, het is uiteindelijk een grote schertsvertoning geweest.
We weten een ding zeker. Frank de Boer is een betere coach dan Martin Jol. Martin Jol heeft geweten wat er in de kleedkamer gebeurde en heeft daarna de verkeerde mensen met zijn straftrainingen lastig gevallen. Martin Jol had toen al moeten doen wat Frank de Boer nu doet. El Hamdaoui uit de selectie zetten. Ajax zou dan nu bovenaan hebben gestaan.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Sunday, March 13, 2011
Column; Nico Dijkshoorn
Passeer twee man en je kunt gratis drinken in Rotterdam
Vlak na de wedstrijd AZ-FC Twente, werd matchwinnaar Erik Falkenburg ge�nterviewd door een journalist van Eredivisie Live. Het gesprek verliep ongeveer zo: 'Erik Falkenburg, man, gefeliciteerd. Ja, zucht maar eens diep, w�t een wedstrijd, w�t een emoties! Iedereen huilde, heb jij dat ook gezien? Ja, echt, iedereen huilde. Heel hard. Heb je het niet gehoord, van de tribune, de huilkoren? Ja, dat gaat allemaal aan jou voorbij tijdens de wedstrijd, maar Joop Munsterman is nog tussen de supporters van FC Twente gaan staan, om mee te huilen. In de rust hebben we met alle bezoekers samen gehuild, omdat er een kwartier niet werd gevoetbald. Het was ��n grote bonk emotie. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Gertjan Verbeek, jouw eigen trainer, die zat met zijn linkerhand even aan zijn haar, dus die was ��k ge�motioneerd. En terecht. Wat een dolle, dwaze, krankzinnige wedstrijd met - hoe zeg ik dat - heel veel tranen. Emotie. Janken. Vreugde en verdriet.'
'Maar Erik, ik zag de beelden net terug, vlak nadat je het winnende doelpunt had gemaakt en kijk even met me mee. Kijk hier, als je met je hand naar je wang gaat, daar huil je, h�? Toch? Is dat huilen? Zeg maar ja. Ja, natuurlijk is dat huilen. Je huilt, kijk maar. We kijken n�g een keer. Hier scoor je en dan loop je weg en kijk - jongens, zet dat beeld eens stil - wat is dit? Een traan. Je huilde. Waarom? Ik zie trouwens, nu ik je deze vraag stel, dat je bijna w��r huilt. Scoorde je voor een overleden familielid? Dat vind ik altijd mooi, scoren en dan naar boven kijken en iets met je handen en je lippen doen en dan huilen, want dat familielid heeft het niet meer mogen meemaken. Was dat het? Of huilde je gewoon omdat je van heel ver bent gekomen en omdat het een zware periode was? Dat mag je ��k antwoorden, hoor. Als je maar even uitlegt waarom je huilde. Want je huilde, eerlijk is eerlijk, geen gelul, even als volwassen kerels onder elkaar, jij huilde. Nu weer. Je staat nu alw��r te janken.'
'Een rare vraag misschien, maar mag ik even aan je wang likken? Zoute tranen. Z� mooi. Zullen we anders samen even huilen, Erik? Voor mijn tante Kobie. Die heeft een heup die door haar eigen lichaam wordt afgestoten. Wil je daar volgende keer om huilen, als je scoort, om tante Kobie? Maak dan tijdens het huilen maar een O met je vingers, de O van tante Kobie, dan weet ik genoeg. Nou, dank je wel, ga lekker naar de kleedkamer, samen huilen met de andere spelers. Ja, mensen, dat was Erik Falkenburg, hij huilde na een doelpunt. Prachtig.'
Z� hijgerig was het interview. Schaamteloos werd, vlak na een wedstrijd waarover toch het nodige viel te vertellen, ingetuned op De Emotie. Dat vinden kijkers mooi, huilende voetballers. Als Willem van Hanegem ooit sterft, wat ik overigens onwaarschijnlijk acht - die zit over 56 jaar nog steeds in een roze trui uit te leggen dat �die gaste de stinkende best moeten doen, weet-je-niet� en doet nog steeds net alsof Truus van Hanegem nooit heeft geleefd - dan weet ik precies welke fragmenten ze tijdens het NOS Journaal laten zien. Van Hanegem in een witte badjas met een beker in zijn handen en Van Hanegem huilend naast Kees Jansma, als hij net heeft besloten niet mee te gaan naar het WK van 1978 in Argentini�.
Huilen, we zijn er dol op. Vooral interviewers. Met dank aan Mart Smeets. Hij heeft zo�n beetje in z�n eentje de journalistieke jacht naar de traan ge�ntroduceerd. Mart Smeets is de uitvinder van de vraag: Wat voelde je toen....? Zet Smeets drie minuten bij een willekeurige groenteboer voor de toonbank en zo�n man huilt zijn longen uit zijn lijf. 'Ik sta hier vlak voor, ja, wat is het, een rare, gekke, maffe, mag ik dat zo zeggen, ja, hij knikt, ik mag dat zo zeggen, ik sta hier, en dat is heel raar wat ik nu ga zeggen, ik sta hier naast 140 kilo schoon aan de haak, zeg zelf maar even je naam, hij zegt Sjonnie, hij heet Sjonnie en is dat niet E-Nig! En Sjonnie hier, die voelt zich niets te groot om, mag ik u even spreken, PATAT!!, die, nee, laat ik het anders zeggen, Sjonnie, hier vlak voor me, die verkoopt, en als ik het zeg moet ik al bijna huilen, die verkoopt appels. Per kilo. Sjonnie, een rare vraag, maar ik stel hem je toch, wat voelde je, toen je net een kilo goudreinetten verkocht?'
Huilen of lachen, daar gaat het uiteindelijk om in het moderne voetbal. Rene van der Gijp - Zen Boeddhistische monnik met een geinig overhemd - laat twee keer per week zien dat voetbal eigenlijk, als het erop aankomt, voornamelijk hilarisch is. �En let op, kijk, nou denkt-ie: Ik schiet �m weg, kijk, zie je hem denken: Wat zal ik doen? Weet je wat? Ik schiet �m lekker weg, joh, kan mij het schelen? Lekker makkelijk en let op, hier wil hij schieten en dan... Hahahahah!! Kijk dan wat-ie doet! Hahahahaha. Dat is toch schitterend? Jaahh, daar kan ik van genieten. Heerlijk! Ja hoor, laat n�g maar een keer zien. Hahahaha!� Het werkt aanstekelijk, het gelach van Ren�. Willem Kieft, je zou hem, vlak voordat hij eeuwig in dood hout verandert, ook zo graag een glimlach gunnen.
Feyenoord lacht ook weer. Door een Japanner. Ze waren het even kwijt, in Rotterdam, maar historisch klopt het helemaal, het succes van Ryo Miyaichi bij Feyenoord. Passeer twee man, gedraag je een beetje buitenlands en je kunt een leven lang gratis drinken en eten in Rotterdam. J�zsef Kiprich, ze staan nu n�g over hem te lullen. Mike Obiku, de Naakte Hollende Gekke Neger, Rotterdammers hebben hem voor eeuwig in hun hart gesloten.
Dat is wat mij weer ontroert. Rotterdammers, ze willen z� graag arbeiders zijn, ze willen z� graag de mouwen opstropen. Geen woorden, maar daden. Maar als er een Japanner drie schaartjes uitgooit en onophoudelijk lacht, dan schijnt opeens weer de zon in Rotterdam. Om te huilen zo mooi.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Vlak na de wedstrijd AZ-FC Twente, werd matchwinnaar Erik Falkenburg ge�nterviewd door een journalist van Eredivisie Live. Het gesprek verliep ongeveer zo: 'Erik Falkenburg, man, gefeliciteerd. Ja, zucht maar eens diep, w�t een wedstrijd, w�t een emoties! Iedereen huilde, heb jij dat ook gezien? Ja, echt, iedereen huilde. Heel hard. Heb je het niet gehoord, van de tribune, de huilkoren? Ja, dat gaat allemaal aan jou voorbij tijdens de wedstrijd, maar Joop Munsterman is nog tussen de supporters van FC Twente gaan staan, om mee te huilen. In de rust hebben we met alle bezoekers samen gehuild, omdat er een kwartier niet werd gevoetbald. Het was ��n grote bonk emotie. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Gertjan Verbeek, jouw eigen trainer, die zat met zijn linkerhand even aan zijn haar, dus die was ��k ge�motioneerd. En terecht. Wat een dolle, dwaze, krankzinnige wedstrijd met - hoe zeg ik dat - heel veel tranen. Emotie. Janken. Vreugde en verdriet.'
'Maar Erik, ik zag de beelden net terug, vlak nadat je het winnende doelpunt had gemaakt en kijk even met me mee. Kijk hier, als je met je hand naar je wang gaat, daar huil je, h�? Toch? Is dat huilen? Zeg maar ja. Ja, natuurlijk is dat huilen. Je huilt, kijk maar. We kijken n�g een keer. Hier scoor je en dan loop je weg en kijk - jongens, zet dat beeld eens stil - wat is dit? Een traan. Je huilde. Waarom? Ik zie trouwens, nu ik je deze vraag stel, dat je bijna w��r huilt. Scoorde je voor een overleden familielid? Dat vind ik altijd mooi, scoren en dan naar boven kijken en iets met je handen en je lippen doen en dan huilen, want dat familielid heeft het niet meer mogen meemaken. Was dat het? Of huilde je gewoon omdat je van heel ver bent gekomen en omdat het een zware periode was? Dat mag je ��k antwoorden, hoor. Als je maar even uitlegt waarom je huilde. Want je huilde, eerlijk is eerlijk, geen gelul, even als volwassen kerels onder elkaar, jij huilde. Nu weer. Je staat nu alw��r te janken.'
'Een rare vraag misschien, maar mag ik even aan je wang likken? Zoute tranen. Z� mooi. Zullen we anders samen even huilen, Erik? Voor mijn tante Kobie. Die heeft een heup die door haar eigen lichaam wordt afgestoten. Wil je daar volgende keer om huilen, als je scoort, om tante Kobie? Maak dan tijdens het huilen maar een O met je vingers, de O van tante Kobie, dan weet ik genoeg. Nou, dank je wel, ga lekker naar de kleedkamer, samen huilen met de andere spelers. Ja, mensen, dat was Erik Falkenburg, hij huilde na een doelpunt. Prachtig.'
Z� hijgerig was het interview. Schaamteloos werd, vlak na een wedstrijd waarover toch het nodige viel te vertellen, ingetuned op De Emotie. Dat vinden kijkers mooi, huilende voetballers. Als Willem van Hanegem ooit sterft, wat ik overigens onwaarschijnlijk acht - die zit over 56 jaar nog steeds in een roze trui uit te leggen dat �die gaste de stinkende best moeten doen, weet-je-niet� en doet nog steeds net alsof Truus van Hanegem nooit heeft geleefd - dan weet ik precies welke fragmenten ze tijdens het NOS Journaal laten zien. Van Hanegem in een witte badjas met een beker in zijn handen en Van Hanegem huilend naast Kees Jansma, als hij net heeft besloten niet mee te gaan naar het WK van 1978 in Argentini�.
Huilen, we zijn er dol op. Vooral interviewers. Met dank aan Mart Smeets. Hij heeft zo�n beetje in z�n eentje de journalistieke jacht naar de traan ge�ntroduceerd. Mart Smeets is de uitvinder van de vraag: Wat voelde je toen....? Zet Smeets drie minuten bij een willekeurige groenteboer voor de toonbank en zo�n man huilt zijn longen uit zijn lijf. 'Ik sta hier vlak voor, ja, wat is het, een rare, gekke, maffe, mag ik dat zo zeggen, ja, hij knikt, ik mag dat zo zeggen, ik sta hier, en dat is heel raar wat ik nu ga zeggen, ik sta hier naast 140 kilo schoon aan de haak, zeg zelf maar even je naam, hij zegt Sjonnie, hij heet Sjonnie en is dat niet E-Nig! En Sjonnie hier, die voelt zich niets te groot om, mag ik u even spreken, PATAT!!, die, nee, laat ik het anders zeggen, Sjonnie, hier vlak voor me, die verkoopt, en als ik het zeg moet ik al bijna huilen, die verkoopt appels. Per kilo. Sjonnie, een rare vraag, maar ik stel hem je toch, wat voelde je, toen je net een kilo goudreinetten verkocht?'
Huilen of lachen, daar gaat het uiteindelijk om in het moderne voetbal. Rene van der Gijp - Zen Boeddhistische monnik met een geinig overhemd - laat twee keer per week zien dat voetbal eigenlijk, als het erop aankomt, voornamelijk hilarisch is. �En let op, kijk, nou denkt-ie: Ik schiet �m weg, kijk, zie je hem denken: Wat zal ik doen? Weet je wat? Ik schiet �m lekker weg, joh, kan mij het schelen? Lekker makkelijk en let op, hier wil hij schieten en dan... Hahahahah!! Kijk dan wat-ie doet! Hahahahaha. Dat is toch schitterend? Jaahh, daar kan ik van genieten. Heerlijk! Ja hoor, laat n�g maar een keer zien. Hahahaha!� Het werkt aanstekelijk, het gelach van Ren�. Willem Kieft, je zou hem, vlak voordat hij eeuwig in dood hout verandert, ook zo graag een glimlach gunnen.
Feyenoord lacht ook weer. Door een Japanner. Ze waren het even kwijt, in Rotterdam, maar historisch klopt het helemaal, het succes van Ryo Miyaichi bij Feyenoord. Passeer twee man, gedraag je een beetje buitenlands en je kunt een leven lang gratis drinken en eten in Rotterdam. J�zsef Kiprich, ze staan nu n�g over hem te lullen. Mike Obiku, de Naakte Hollende Gekke Neger, Rotterdammers hebben hem voor eeuwig in hun hart gesloten.
Dat is wat mij weer ontroert. Rotterdammers, ze willen z� graag arbeiders zijn, ze willen z� graag de mouwen opstropen. Geen woorden, maar daden. Maar als er een Japanner drie schaartjes uitgooit en onophoudelijk lacht, dan schijnt opeens weer de zon in Rotterdam. Om te huilen zo mooi.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Thursday, March 3, 2011
Column; Nico Dijkshoorn
Stekelenburg lult al jaren geheim Sloveens dialect
Hoe een interview je voetbalcarri�re kan vernietigen. Vorig weekend zag ik Wesley Verhoek, de spits van ADO Den Haag, vlak na zijn winnende treffer in de wedstrijd tegen PSV, voor de camera's verschijnen. Hij had er zin in. Iedere vraag werd breed lachend beantwoord. Dat snapte ik.
Scoren in de laatste minuut, dat is jongensboekenwerk. Wesley was voor heel even de jongen die net te horen heeft gekregen dat zijn vader doodziek is, aan het sterfbed zit, zijn oor op de mompelende mond van zijn vader drukt, dan de vraag herhaalt, Jongen, wil je voor mij scoren vanmiddag, voor mij, jongen?, zwijgend zijn wondersloffen aandoet, op de fiets springt, net een minuut voor het einde van de wedstrijd aankomt, invalt en de winnende treffer maakt.
Het eerste stukje van het interview beviel mij wel. Wesley probeerde netjes antwoord te geven op de gestelde vragen, maar die in zijn gezicht gebeitelde lach maakte veel duidelijk. Het liefst wilde hij nu naakt uit een taart springen. Wesley probeerde netjes antwoord te geven, maar je zag het aan zijn gezicht: hij ging vanavond zeventien keer babi pangang speciaal bestellen bij de Chinees om de hoek. Ik zag het aan zijn ogen.
Wesley ging vanavond heel rare cd's opzetten. Het werd een dolle avond. Zijn vriendin zou vanavond, precies op het goede moment, vragen: �Wes, zullen we morgen eindelijk die dure broodbakmachine kopen?� En Wesley zou ja zeggen. Zo een interview was het. Het was fijn om naar te kijken, dat feest in Wesley's lichaam. Ik wist wat er ging gebeuren. Ik wachtte geduldig op de medespelers die het interview zouden komen verstoren. Ook daar mag ik graag naar kijken.
Vaak zie je een bloedzenuwachtige jongen van een jaar of zeventien, die voor het eerst wordt ge�nterviewd, en dan zit je er al op te wachten: net buiten beeld laat een teamgenoot een keiharde boer. Gelach. Zijn team is hem aan het dollen. Midden in een antwoord stuitert er een sok via zijn voorhoofd tegen de camera. Hij krijgt een flesje water tegen de zijkant van zijn hoofd en hij doet wat ze hem bij de mediatraining hebben geleerd: gewoon doorgaan en steeds de vraag even herhalen. Zou Ren� van der Gijp nog voetballen, dan kreeg zo'n jongen een uitsmijter ham-kaas in zijn nek.
Het interview met Wesley Verhoek had een van de fijnste interviews ooit kunnen zijn als Wesley niet net iets te lollig was gaan doen. Opeens begon hij, na een vraag of drie, grappig bedoelde antwoorden te geven. Wel drie keer achter elkaar. Precies op dat moment verknalde Wesley voorgoed zijn carri�re. Gedaan. Over en uit. Hoogstens Roda JC, meer wordt het nooit. De kans dat Wesley, na het interview, ooit zal uitkomen voor een club uit de topdrie is uitgesloten. Topclubs hebben een hekel aan grappige voetballers. Dat leidt alleen maar af, menselijk gedrag.
Vraag dat maar aan Maarten Stekelenburg, de koning van het Dodelijk Saaie Professionele Interview. Maarten is in alles het tegenovergestelde van Wesley. Maarten houdt zijn hoofd een beetje schuin als hij naar de vraag luistert. Hij lijkt na te denken. Zal ik voor de trein springen of met een Feyenoord-f�hn in bad gaan zitten? Na de vraag zoemt hij een onverstaanbaar antwoord. Stekelenburg lult al vier jaar lang in een geheim Sloveens dialect en niemand heeft het in de gaten. Je ziet zijn kop en verzint er zelf het lusteloze antwoord bij. Spelers van topclubs, nooit zie je ze eens lachen. Ja, Danny Koevermans lacht af en toe. En waar zit die: op de bank. Of hij speelt mee als PSV verliest.
Ik zag dit weekend een kort interview met Luis Suarez. Of hij Ajax al miste. Ja, enorm, riep ik keihard door de kamer. Ik keek naar de beteuterde konijnenkop van Suarez en riep zelf de antwoorden. �Natuurlijk is Ajax de mooiste club ter wereld. Ik ben er huilend weggegaan. Ajax heeft mij groot gemaakt. Ik wil iedereen in Amsterdam bedanken. Ik kom zeker terug. Bedankt Ajax�. Geen lachje kon eraf. Slim van Suarez. Lachende voetballers worden verketterd, ook in Engeland.
Niet door het volk. Die sluiten dit soort voetballers in de armen. Lachende voetballers worden vooral verketterd door leidinggevenden in het betaalde voetbal. Fred Rutten � ik weet het bijna zeker � deelt boetes uit als er iemand lacht. Je zou er op De Herdgang eens het broedgedrag van de gele sniep mee kunnen verstoren. Bij FC Twente zie je het er ook insluipen. Theo Janssen geeft opeens korte, genuanceerde antwoorden. Dat hoort, denkt hij, bij topvoetbal. Humorloosheid.
Theo zou drie jaar geleden, na de vraag: En Theo, gaan we het vieren vanavond, hebben geantwoord: Ja natuurlijk. Lekker met zes kratten bier over de snelweg hollen en daarna kijken of ik nog iets tegen een boom aan kan parkeren. Hahaha!! Nu zegt hij: �Volgende week is er weer een wedstrijd�.
Doe grappig in een interview en je verkeert voor eeuwig in de onderste regionen van de voetballerij. Vraag het aan Willem Suurbier en Ruud Krol. In 1974 deden zij, voor de camera, twee knaagdieren na. Knabbel en Babbel. Lachen, maar Suurbier staat nu fulltime ergens op sportpark De Toekomst onbetaald tegen een muurtje te leunen en Ruud Krol is succesvol coach van clubs waar ik de naam niet eens van kan spellen. Ze wilden zo nodig grappig zijn.
Humor wordt keihard afgestraft in de voetballerij. Maak vier goede grappen tijdens een interview en je bent gebrandmerkt. Fortuna-trainer Wim Dusseldorp, die schitterend formulerend � met de komische timing van Toon Hermans � uitlegde waarom zijn spelers allemaal uitgleden; hij kan een baantje bij een grote club vergeten. Te slim en te lollig, daar zijn ze doodsbang voor.
Daarom voelde ik me onbehagelijk toen ik naar het interview met Wesley Verhoek keek. Ik vond hem oprecht grappig. Ik geloofde zijn passie. Leuk om iemand eens zo onbevangen voor de camera te zien verschijnen. Op hetzelfde moment realiseerde ik me dat er ook een leidinggevende van Ajax zat te kijken en dat die dacht: Niks voor ons. Ajacieden zijn nooit grappig. En zo is het.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Scoren in de laatste minuut, dat is jongensboekenwerk. Wesley was voor heel even de jongen die net te horen heeft gekregen dat zijn vader doodziek is, aan het sterfbed zit, zijn oor op de mompelende mond van zijn vader drukt, dan de vraag herhaalt, Jongen, wil je voor mij scoren vanmiddag, voor mij, jongen?, zwijgend zijn wondersloffen aandoet, op de fiets springt, net een minuut voor het einde van de wedstrijd aankomt, invalt en de winnende treffer maakt.
Het eerste stukje van het interview beviel mij wel. Wesley probeerde netjes antwoord te geven op de gestelde vragen, maar die in zijn gezicht gebeitelde lach maakte veel duidelijk. Het liefst wilde hij nu naakt uit een taart springen. Wesley probeerde netjes antwoord te geven, maar je zag het aan zijn gezicht: hij ging vanavond zeventien keer babi pangang speciaal bestellen bij de Chinees om de hoek. Ik zag het aan zijn ogen.
Wesley ging vanavond heel rare cd's opzetten. Het werd een dolle avond. Zijn vriendin zou vanavond, precies op het goede moment, vragen: �Wes, zullen we morgen eindelijk die dure broodbakmachine kopen?� En Wesley zou ja zeggen. Zo een interview was het. Het was fijn om naar te kijken, dat feest in Wesley's lichaam. Ik wist wat er ging gebeuren. Ik wachtte geduldig op de medespelers die het interview zouden komen verstoren. Ook daar mag ik graag naar kijken.
Vaak zie je een bloedzenuwachtige jongen van een jaar of zeventien, die voor het eerst wordt ge�nterviewd, en dan zit je er al op te wachten: net buiten beeld laat een teamgenoot een keiharde boer. Gelach. Zijn team is hem aan het dollen. Midden in een antwoord stuitert er een sok via zijn voorhoofd tegen de camera. Hij krijgt een flesje water tegen de zijkant van zijn hoofd en hij doet wat ze hem bij de mediatraining hebben geleerd: gewoon doorgaan en steeds de vraag even herhalen. Zou Ren� van der Gijp nog voetballen, dan kreeg zo'n jongen een uitsmijter ham-kaas in zijn nek.
Het interview met Wesley Verhoek had een van de fijnste interviews ooit kunnen zijn als Wesley niet net iets te lollig was gaan doen. Opeens begon hij, na een vraag of drie, grappig bedoelde antwoorden te geven. Wel drie keer achter elkaar. Precies op dat moment verknalde Wesley voorgoed zijn carri�re. Gedaan. Over en uit. Hoogstens Roda JC, meer wordt het nooit. De kans dat Wesley, na het interview, ooit zal uitkomen voor een club uit de topdrie is uitgesloten. Topclubs hebben een hekel aan grappige voetballers. Dat leidt alleen maar af, menselijk gedrag.
Vraag dat maar aan Maarten Stekelenburg, de koning van het Dodelijk Saaie Professionele Interview. Maarten is in alles het tegenovergestelde van Wesley. Maarten houdt zijn hoofd een beetje schuin als hij naar de vraag luistert. Hij lijkt na te denken. Zal ik voor de trein springen of met een Feyenoord-f�hn in bad gaan zitten? Na de vraag zoemt hij een onverstaanbaar antwoord. Stekelenburg lult al vier jaar lang in een geheim Sloveens dialect en niemand heeft het in de gaten. Je ziet zijn kop en verzint er zelf het lusteloze antwoord bij. Spelers van topclubs, nooit zie je ze eens lachen. Ja, Danny Koevermans lacht af en toe. En waar zit die: op de bank. Of hij speelt mee als PSV verliest.
Ik zag dit weekend een kort interview met Luis Suarez. Of hij Ajax al miste. Ja, enorm, riep ik keihard door de kamer. Ik keek naar de beteuterde konijnenkop van Suarez en riep zelf de antwoorden. �Natuurlijk is Ajax de mooiste club ter wereld. Ik ben er huilend weggegaan. Ajax heeft mij groot gemaakt. Ik wil iedereen in Amsterdam bedanken. Ik kom zeker terug. Bedankt Ajax�. Geen lachje kon eraf. Slim van Suarez. Lachende voetballers worden verketterd, ook in Engeland.
Niet door het volk. Die sluiten dit soort voetballers in de armen. Lachende voetballers worden vooral verketterd door leidinggevenden in het betaalde voetbal. Fred Rutten � ik weet het bijna zeker � deelt boetes uit als er iemand lacht. Je zou er op De Herdgang eens het broedgedrag van de gele sniep mee kunnen verstoren. Bij FC Twente zie je het er ook insluipen. Theo Janssen geeft opeens korte, genuanceerde antwoorden. Dat hoort, denkt hij, bij topvoetbal. Humorloosheid.
Theo zou drie jaar geleden, na de vraag: En Theo, gaan we het vieren vanavond, hebben geantwoord: Ja natuurlijk. Lekker met zes kratten bier over de snelweg hollen en daarna kijken of ik nog iets tegen een boom aan kan parkeren. Hahaha!! Nu zegt hij: �Volgende week is er weer een wedstrijd�.
Doe grappig in een interview en je verkeert voor eeuwig in de onderste regionen van de voetballerij. Vraag het aan Willem Suurbier en Ruud Krol. In 1974 deden zij, voor de camera, twee knaagdieren na. Knabbel en Babbel. Lachen, maar Suurbier staat nu fulltime ergens op sportpark De Toekomst onbetaald tegen een muurtje te leunen en Ruud Krol is succesvol coach van clubs waar ik de naam niet eens van kan spellen. Ze wilden zo nodig grappig zijn.
Humor wordt keihard afgestraft in de voetballerij. Maak vier goede grappen tijdens een interview en je bent gebrandmerkt. Fortuna-trainer Wim Dusseldorp, die schitterend formulerend � met de komische timing van Toon Hermans � uitlegde waarom zijn spelers allemaal uitgleden; hij kan een baantje bij een grote club vergeten. Te slim en te lollig, daar zijn ze doodsbang voor.
Daarom voelde ik me onbehagelijk toen ik naar het interview met Wesley Verhoek keek. Ik vond hem oprecht grappig. Ik geloofde zijn passie. Leuk om iemand eens zo onbevangen voor de camera te zien verschijnen. Op hetzelfde moment realiseerde ik me dat er ook een leidinggevende van Ajax zat te kijken en dat die dacht: Niks voor ons. Ajacieden zijn nooit grappig. En zo is het.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Monday, February 28, 2011
Column; Johan Cruijff
Clubs kunnen nog beter�
Internationaal gezien heeft Nederland een uitstekende week achter de rug. Door Ajax, PSV en FC Twente werden bijna het maximale aantal punten voor de Europese ranking gescoord, waardoor er in 2012 weer een extra Nederlandse club aan de Europa League mee kan doen. Een prima zaak! Daar komt nog bij, dat alle punten die vanaf nu worden gehaald allemaal �extra�s� zijn.
De uitslagen tegen Anderlecht, Lille en Rubin Kazan waren natuurlijk goed, maar analyseer je de wedstrijden op zich dan was het niet allemaal koek en ei. Zo gaf Ajax uit tegen Anderlecht toch veel kansen weg en hetzelfde gebeurde in Rusland met FC Twente. Ze kwamen daar goed en vooral gelukkig uit, in tegenstelling tot PSV dat uit tegen Lille al snel tegen een 2-0 achterstand aankeek. Het liep uiteindelijk ook voor de Eindhovenaren met een sisser af, maar toch.
Ik wil er vooral mee zeggen, dat in bepaalde fases van de wedstrijd er bij alle drie de Nederlandse clubs iets ontbrak. Als het straks een keer echt tegenzit, dan ben je ook in ��n keer weg. Toch iets om even bij stil te staan. Natuurlijk zijn ze goed bezig, maar juist nu moet goed geanalyseerd worden waarom de dingen soms goed en soms minder goed gaan. Prettig is wel om te weten, dat hieruit blijkt dat er in alle teams nog veel rek zit.
Na de wedstrijden in Europa volgde de topper tussen PSV-Ajax. Het simpele feit, dat bij Ajax de keeper veruit de beste speler was, is een indicatie dat de ploeg niet bepaald gedomineerd heeft. Vooral in de details ging er nog teveel mis en zo kom ik weer terug op wat ik net over de wedstrijden tegen Anderlecht heb gezegd.
Ajax was in ieder geval niet in staat om de wedstrijd die gewonnen moest worden naar zich toe te trekken en wordt het behalen van het landskampioenschap een nog zwaardere klus dan het al was. Dus nogmaals, maak een goede analyse van waar je als ploeg nu staat en hoe je verder moet.
Dat zal voor de komende week in de bekerwedstrijd Ajax-RKC in ieder geval geen probleem zijn, omdat Ajax aan z�n stand verplicht is om de finale te halen. Met dan of FC Utrecht of FC Twente als tegenstander. Wat dat betreft zijn we in ieder geval verzekerd van een mooie en vooral ouderwetse bekerfinale.
Internationaal gezien heeft Nederland een uitstekende week achter de rug. Door Ajax, PSV en FC Twente werden bijna het maximale aantal punten voor de Europese ranking gescoord, waardoor er in 2012 weer een extra Nederlandse club aan de Europa League mee kan doen. Een prima zaak! Daar komt nog bij, dat alle punten die vanaf nu worden gehaald allemaal �extra�s� zijn.
De uitslagen tegen Anderlecht, Lille en Rubin Kazan waren natuurlijk goed, maar analyseer je de wedstrijden op zich dan was het niet allemaal koek en ei. Zo gaf Ajax uit tegen Anderlecht toch veel kansen weg en hetzelfde gebeurde in Rusland met FC Twente. Ze kwamen daar goed en vooral gelukkig uit, in tegenstelling tot PSV dat uit tegen Lille al snel tegen een 2-0 achterstand aankeek. Het liep uiteindelijk ook voor de Eindhovenaren met een sisser af, maar toch.
Ik wil er vooral mee zeggen, dat in bepaalde fases van de wedstrijd er bij alle drie de Nederlandse clubs iets ontbrak. Als het straks een keer echt tegenzit, dan ben je ook in ��n keer weg. Toch iets om even bij stil te staan. Natuurlijk zijn ze goed bezig, maar juist nu moet goed geanalyseerd worden waarom de dingen soms goed en soms minder goed gaan. Prettig is wel om te weten, dat hieruit blijkt dat er in alle teams nog veel rek zit.
Na de wedstrijden in Europa volgde de topper tussen PSV-Ajax. Het simpele feit, dat bij Ajax de keeper veruit de beste speler was, is een indicatie dat de ploeg niet bepaald gedomineerd heeft. Vooral in de details ging er nog teveel mis en zo kom ik weer terug op wat ik net over de wedstrijden tegen Anderlecht heb gezegd.
Ajax was in ieder geval niet in staat om de wedstrijd die gewonnen moest worden naar zich toe te trekken en wordt het behalen van het landskampioenschap een nog zwaardere klus dan het al was. Dus nogmaals, maak een goede analyse van waar je als ploeg nu staat en hoe je verder moet.
Dat zal voor de komende week in de bekerwedstrijd Ajax-RKC in ieder geval geen probleem zijn, omdat Ajax aan z�n stand verplicht is om de finale te halen. Met dan of FC Utrecht of FC Twente als tegenstander. Wat dat betreft zijn we in ieder geval verzekerd van een mooie en vooral ouderwetse bekerfinale.
Monday, February 21, 2011
Column; Johan Cruijff
Zo mooi kan voetbal zijn
Hoe mooi voetbal kan zijn, hebben Arsenal en Barcelona weer laten zien. Opnieuw werd bewezen dat techniek de basis van alles is. Dan volgen het positiespel en de veldbezetting. Gaat dat allemaal goed, dan krijg je de situatie dat als ��n man aan de bal is er negen anderen vrijlopen.
Degene die aan de bal is, moet dan over de techniek beschikken om de bal goed aan te spelen, richting de medespeler die het beste staat opgesteld.Na een slordig begin, zag je Barcelona dat steeds beter uitvoeren. De ploeg werd balvaster, trok de linies dichter bij elkaar en zo kon de balsnelheid worden opgevoerd. Bij balverlies was de ruimte tussen de spelers nooit meer dan vijf meter en kon er meteen compact druk worden gezet, waardoor Arsenal problemen bij het uitverdedigen kreeg.
Kijk je naar de invulling van posities in die fase van de wedstrijd, dan speelde Arsenal met twee verdedigende middenvelders en ��n middenvelder die doorschoof naar de aanval. Zo ontstonden er gaten op de flanken, omdat de twee controleurs naar het centrum werden gedwongen om de overmacht aan Barcelona-spelers te kunnen weerstaan. De Catalanen hadden namelijk gekozen voor ��n controlerende middenvelder in het centrum, geflankeerd door twee �voetballende� collega�s. Daardoor kwam bij Arsenal vooral Song in de problemen, omdat Messi regelmatig in het gat dook dat op de flank ontstond als Walcott diep was gegaan.
Song wilde dat corrigeren, maar kwam steeds iets te laat en solliciteerde naar een gele kaart. Het deed me denken aan Enoh, die bij Ajax vaak tegen een soortgelijk probleem aanloopt. Die jongen krijgt dan kritiek, terwijl hij juist zijn stinkende best doet om zijn elftal te helpen. Net als Song is Enoh dan het slachtoffer van de onhandige bezetting van het middenveld.De wedstrijd kantelde, toen Arsenal na rust voor de Barcelona-variant koos. Dus met ��n controlerende middenvelder in het centrum, in plaats van twee aan de zijkanten.
Omdat Barcelona uitgerekend in deze fase wat diepte uit het spel haalde, door Keita in te zetten voor Villa, kon de verdediging van Arsenal doorschuiven en korter in de rug van het middenveld spelen. Zo was er meer evenwicht en werd opnieuw het bewijs geleverd, dat als je dit goed uitvoert, je ook verdedigend sterker bent. Kijk de wedstrijd er maar op na, zowel Barcelona als Arsenal gaf geen kans weg toen ze met de centrale middenvelder in de punt naar achteren speelde. Heb je de linies zo dicht bij elkaar, dan is het verschil tussen aanvallen, afwachten of verdedigen een kwestie van tien tot twintig meter. Je geeft dus nauwelijks ruimte weg.
Het mooie van Arsenal en Barcelona was, dat ze allebei in staat bleken om dit heel goed uit te voeren. Het verdedigende voordeel heb ik al uitgelegd, maar wat te denken van de spits? Omdat er niemand steeds vanuit het middenveld doorschuift, ontstaat er voorin meer ruimte en komen hij en de andere aanvallers beter tot hun recht. Dankzij deze speelwijze wordt iedere linie optimaal benut.
Bovendien ben je in staat om een ploeg, die met twee controlerende middenvelders speelt, in twee linies uit elkaar te laten vallen. Je speelt dan een gewonnen wedstrijd, omdat geen enkel team het redt tegen een ploeg die over een extra linie beschikt.Ik verwacht dat voor de return Barcelona en Arsenal hun zwakke momenten goed geanalyseerd hebben en dan zouden beide ploegen zomaar voor hetzelfde gaan kiezen. Voor een speelwijze die gebaseerd is op techniek, positiespel en veldbezetting. Dat wordt dus helemaal smullen.
bron: www.telegraaf.nl
Hoe mooi voetbal kan zijn, hebben Arsenal en Barcelona weer laten zien. Opnieuw werd bewezen dat techniek de basis van alles is. Dan volgen het positiespel en de veldbezetting. Gaat dat allemaal goed, dan krijg je de situatie dat als ��n man aan de bal is er negen anderen vrijlopen.
Degene die aan de bal is, moet dan over de techniek beschikken om de bal goed aan te spelen, richting de medespeler die het beste staat opgesteld.Na een slordig begin, zag je Barcelona dat steeds beter uitvoeren. De ploeg werd balvaster, trok de linies dichter bij elkaar en zo kon de balsnelheid worden opgevoerd. Bij balverlies was de ruimte tussen de spelers nooit meer dan vijf meter en kon er meteen compact druk worden gezet, waardoor Arsenal problemen bij het uitverdedigen kreeg.
Kijk je naar de invulling van posities in die fase van de wedstrijd, dan speelde Arsenal met twee verdedigende middenvelders en ��n middenvelder die doorschoof naar de aanval. Zo ontstonden er gaten op de flanken, omdat de twee controleurs naar het centrum werden gedwongen om de overmacht aan Barcelona-spelers te kunnen weerstaan. De Catalanen hadden namelijk gekozen voor ��n controlerende middenvelder in het centrum, geflankeerd door twee �voetballende� collega�s. Daardoor kwam bij Arsenal vooral Song in de problemen, omdat Messi regelmatig in het gat dook dat op de flank ontstond als Walcott diep was gegaan.
Song wilde dat corrigeren, maar kwam steeds iets te laat en solliciteerde naar een gele kaart. Het deed me denken aan Enoh, die bij Ajax vaak tegen een soortgelijk probleem aanloopt. Die jongen krijgt dan kritiek, terwijl hij juist zijn stinkende best doet om zijn elftal te helpen. Net als Song is Enoh dan het slachtoffer van de onhandige bezetting van het middenveld.De wedstrijd kantelde, toen Arsenal na rust voor de Barcelona-variant koos. Dus met ��n controlerende middenvelder in het centrum, in plaats van twee aan de zijkanten.
Omdat Barcelona uitgerekend in deze fase wat diepte uit het spel haalde, door Keita in te zetten voor Villa, kon de verdediging van Arsenal doorschuiven en korter in de rug van het middenveld spelen. Zo was er meer evenwicht en werd opnieuw het bewijs geleverd, dat als je dit goed uitvoert, je ook verdedigend sterker bent. Kijk de wedstrijd er maar op na, zowel Barcelona als Arsenal gaf geen kans weg toen ze met de centrale middenvelder in de punt naar achteren speelde. Heb je de linies zo dicht bij elkaar, dan is het verschil tussen aanvallen, afwachten of verdedigen een kwestie van tien tot twintig meter. Je geeft dus nauwelijks ruimte weg.
Het mooie van Arsenal en Barcelona was, dat ze allebei in staat bleken om dit heel goed uit te voeren. Het verdedigende voordeel heb ik al uitgelegd, maar wat te denken van de spits? Omdat er niemand steeds vanuit het middenveld doorschuift, ontstaat er voorin meer ruimte en komen hij en de andere aanvallers beter tot hun recht. Dankzij deze speelwijze wordt iedere linie optimaal benut.
Bovendien ben je in staat om een ploeg, die met twee controlerende middenvelders speelt, in twee linies uit elkaar te laten vallen. Je speelt dan een gewonnen wedstrijd, omdat geen enkel team het redt tegen een ploeg die over een extra linie beschikt.Ik verwacht dat voor de return Barcelona en Arsenal hun zwakke momenten goed geanalyseerd hebben en dan zouden beide ploegen zomaar voor hetzelfde gaan kiezen. Voor een speelwijze die gebaseerd is op techniek, positiespel en veldbezetting. Dat wordt dus helemaal smullen.
bron: www.telegraaf.nl
Monday, February 14, 2011
Column: Johan Cruijff
Op 1 april moet het klaar zijn
De komende weken staan in het teken van het doorlichten van Ajax. Ik maak daarbij deel uit van het technische platform, waarvan bijna iedereen het in het verleden fantastisch voor de club heeft gedaan. Omdat zoiets niet vergeten wordt, staan er weer allerlei lijnen open naar andere Ajacieden.
Het is een soort van olievlek. We zitten met vijf man in dat platform en daar vanuit zijn er korte lijnen naar een man of zes, die weer hun eigen netwerk binnen en buiten Ajax hebben. Ik wil er vooral mee zeggen, dat we ongelooflijk veel knowhow tot onze beschikking hebben. Bovendien gaat het om mensen die zonder enig eigen belang hierin staan.
Op 1 april zijn we klaar, daarna moet alles worden uitgevoerd, waardoor Ajax op 1 juli kant en klaar aan het nieuwe seizoen kan beginnen. Dat gaat lukken, want ik heb een goed gevoel aan onze eerste besprekingen overgehouden. Het is ongelooflijk hoeveel oud-spelers nog betrokken bij Ajax willen zijn. Dat is wel zo prettig, omdat tijdens het doorlichten van de club we bij de opleiding beginnen, daarna is de scouting aan de beurt en alles wat aan deze twee onderdelen gekoppeld is. Allemaal zaken, die veel betrokkenen aan den lijve hebben ondervonden, waardoor ze hopelijk ook interessante oordelen kunnen geven.
Natuurlijk is er een verschil hoe we nu Ajax aan het doorlichten zijn en de manier hoe een paar jaar geleden Barcelona werd gereorganiseerd. Ajax is vanwege de beursgang een bedrijf en Barcelona is nog altijd een club. In Amsterdam heb ik dus te maken met een directeur en in Barcelona met een voorzitter. Dat laatste werkt veel directer en zijn er ook geen commissies of platforms nodig.
In Barcelona begon het allemaal toen de voorzitter mij advies vroeg over de trainer en de technisch-directeur. Toen die posities via de aanstelling van Frank Rijkaard en Txiki Bequiristain waren ingevuld, gingen Frank en Txiki de club tegen het licht houden. Daarbij fungeerden veel oud-spelers, van wie er een paar bij de jeugdopleiding zaten, als adviseurs. Daar kwam geen commissie aan te pas, waardoor het ook heel effici�nt en snel werkte. We waren er eigenlijk zo uit.
Bij Ajax krijgen we met meer procedures te maken en daardoor is er ook meer tijd nodig. Zolang het maar geen tijdverlies oplevert, vind ik het prima.
bron: www.telegraaf.nl
De komende weken staan in het teken van het doorlichten van Ajax. Ik maak daarbij deel uit van het technische platform, waarvan bijna iedereen het in het verleden fantastisch voor de club heeft gedaan. Omdat zoiets niet vergeten wordt, staan er weer allerlei lijnen open naar andere Ajacieden.
Het is een soort van olievlek. We zitten met vijf man in dat platform en daar vanuit zijn er korte lijnen naar een man of zes, die weer hun eigen netwerk binnen en buiten Ajax hebben. Ik wil er vooral mee zeggen, dat we ongelooflijk veel knowhow tot onze beschikking hebben. Bovendien gaat het om mensen die zonder enig eigen belang hierin staan.
Op 1 april zijn we klaar, daarna moet alles worden uitgevoerd, waardoor Ajax op 1 juli kant en klaar aan het nieuwe seizoen kan beginnen. Dat gaat lukken, want ik heb een goed gevoel aan onze eerste besprekingen overgehouden. Het is ongelooflijk hoeveel oud-spelers nog betrokken bij Ajax willen zijn. Dat is wel zo prettig, omdat tijdens het doorlichten van de club we bij de opleiding beginnen, daarna is de scouting aan de beurt en alles wat aan deze twee onderdelen gekoppeld is. Allemaal zaken, die veel betrokkenen aan den lijve hebben ondervonden, waardoor ze hopelijk ook interessante oordelen kunnen geven.
Natuurlijk is er een verschil hoe we nu Ajax aan het doorlichten zijn en de manier hoe een paar jaar geleden Barcelona werd gereorganiseerd. Ajax is vanwege de beursgang een bedrijf en Barcelona is nog altijd een club. In Amsterdam heb ik dus te maken met een directeur en in Barcelona met een voorzitter. Dat laatste werkt veel directer en zijn er ook geen commissies of platforms nodig.
In Barcelona begon het allemaal toen de voorzitter mij advies vroeg over de trainer en de technisch-directeur. Toen die posities via de aanstelling van Frank Rijkaard en Txiki Bequiristain waren ingevuld, gingen Frank en Txiki de club tegen het licht houden. Daarbij fungeerden veel oud-spelers, van wie er een paar bij de jeugdopleiding zaten, als adviseurs. Daar kwam geen commissie aan te pas, waardoor het ook heel effici�nt en snel werkte. We waren er eigenlijk zo uit.
Bij Ajax krijgen we met meer procedures te maken en daardoor is er ook meer tijd nodig. Zolang het maar geen tijdverlies oplevert, vind ik het prima.
bron: www.telegraaf.nl
Wednesday, February 9, 2011
Column; Nico Dijkshoorn
Gullit heeft weer een liefdadigheidsdingetje nodig
Ruud Gullit is net wakker en eet een Tsjetsjeens aardappelgerecht. Koud. Er is geen magnetron. In Tsjetsjeni� vinden ze dat een luxe, warm eten. Hij mist het geluid van een zoemende magnetron. Dat doet hem aan thuis denken, thuis bij zijn vrouw Estelle. Hij op de bank, zij midden in de kamer met 47 tasjes uit de PC Hoofstraat om zich heen en dan dat oergezellige geluid van ontdooiende kaviaar.
In Tsjetsjeni� eten ze alles koud. Hij gaat daar niet over klagen. Dat heeft hij wel afgeleerd. Bij Feyenoord heeft hij een keer gezegd dat hij niet was te benijden. Dat is een leermomentje geweest. Als je per wedstrijd als trainer net zo veel verdient als een Rotterdamse havenarbeider in tien jaar, dan moet je dat soort dingen niet zeggen. Mario Been doet dat bijvoorbeeld veel beter. Die verdient een vermogen en toch denken de supporters dat hij ieder weekeinde met een paar zwarte klauwen onder zijn oude Opel Astra vandaan klimt. Ruud is daar ook wat slimmer in geworden.
Op de Tsjetsjeense televisie heeft Ruud gezegd dat hij dol is op aardappelgerechten. Koud vind hij ze nog lekkerder. Hij heeft verteld dat hij er al een levenlang van droomt, ooit in Tsjetsjeni� werken. En nu is het zover. Hij kan rustig sterven. Hij vindt de kleding in Tsjetsjeni� � een gekleurde deken van geitenhaar met een gat in het midden om je hoofd doorheen te doen � helemaal het einde. Hij draagt er zelf thuis ook een. Hij wil niet meer anders. Ook vindt hij de Tsjetsjeense gewoonte om samen met drie herdershonden in ��n bed te slapen helemaal niet vreemd. Ruud is een gezelschapsmens. Ze geloven alles hier. Voor veel mensen is hij hun eerste neger. En geen verkeerde, vindt hij zelf.
Terwijl hij de aluminium bak aardappels leeg eet, kijken de herdershonden hem aan. Dat doen ze goed, die smachtende blik. Ze weten donders goed wie ze te vriend moeten houden. Maar hij kan dat nog beter. Niemand likt zich mooier in je leven dan hij, Ruud Gullit. Ruud weet het van zichzelf: hij is niets meer dan een goed doorgefokte herdershond. Hij ruikt het meteen als hij moet doen alsof hij van iemand houdt. Het geld, dat ruikt hij. De rest gaat dan eigenlijk vanzelf.
Zo heeft hij het altijd gedaan. Vanaf zijn jeugd. Eerst heeft hij die mafkees van een Barry Hughes voor zijn karretje gespannen. Met zijn lulverhalen over ontdekken en thuis bezoeken en zijn toekomst bij Haarlem. Haarlem bestaat niet meer en hij wel. Dus waar hebben we het dan over? Hij heeft nooit van Haarlem gehouden. Ze mochten van hem genieten, aan hem snuffelen, ze mochten hem betalen. Barry Hughes zit nu ergens diep in de provincie in heel slecht Nederlands voor driehonderd euro per avond te vertellen dat hij ooit op een rolfluitje blies toen Kessler voorbijkwam. Nee, dan ben je lekker bezig. Wat lullen die mensen dan in Nederland, over hem. Wie heeft het dan goed gedaan? Precies.
Ze weten het in Nederland allemaal zo goed. PSV, wat een domme klootzakken liepen daar dan in de rondte. Zo makkelijk als daar, in Eindhoven, is het hem later nooit meer gelukt; mensen laten geloven dat je echt van hun stad houdt. Hij is er een paar maanden geleden nog geweest. Moest Estelle even heen en weer naar een schoenenwinkel waar ze de laatste dertig paar schoenen van een bepaald merk nog wel in het rood hadden. Reed hij een rotonde op, hadden ze in het midden een veld vol met kegels en een bowlingbal neergelegd. Rotondekunst. En in zo'n stad moet je dan wonen.
Stel, ze vragen hem binnenkort terug, als technisch manager, dan weet hij precies wat hij gaat zeggen. Dat hij diep onder de indruk is van een stad die de rotondekunst mondiaal een boost geeft. Dat hij trots is op Eindhoven, waar men het heeft aangedurfd. Dat de sculptuur van vallende kegels hem steeds weer ontroert. Dat die kegels volgens Ruud staan voor de onderdrukten in de samenleving. Hij lult wel wat. Hij doet het inmiddels op gevoel, vertellen wat de mensen graag horen. Hij heeft als president van de Nederlandse en Belgische kandidatuur voor het WK net een jaar lang gedaan alsof Nederland een heel aantrekkelijk land is. Dan kan je wat. Dat ze dat WK niet hebben gekregen komt door Cruijff, die tijdens een PR-bijeenkomst op zijn fiets zat alsof hij een mango bevruchtte.
Best wel lekker, koud, die aardappels. Hij gooit er een naar de herdershond. Dat doet hem aan Nelson Mandela denken. Die stonk naar natte herdershond. Rook hij meteen. Die Mandela had een half leven in dezelfde onderbroek naar de zee zitten koekeloeren. Dat weet hij nog goed. Zat die Uncle Ben een heel jankverhaal op te hangen over onderdrukking, mensenrechten en discriminatie en opeens wist hij het. Natte herdershond. Hij heeft ooit de auto van John de Wolf gekocht. Eerst gewacht tot John aan lager wal was geraakt en geld nodig had, en toen heeft hij hem eens opgebeld, of John zijn auto toevallig nog wegdeed. Die rook ook naar natte hond, de auto van John. En naar zweterige, gekleurde overhemden.
Zijn hand rook nog maandenlang naar Nelson Mandela. Die lucht kreeg hij er niet uit. De geur van oprechtheid en eerlijkheid. Ruud heeft ooit iets aan Mandela opgedragen, weet hij veel wat, iets van een beker of een kampioenschap. In ieder geval kostte het hem niets. Marketingtechnisch is dat voor het product Gullit heel goed geweest. Hebben mensen toch zeker een jaartje of vier gedacht dat de wereldvrede hem ene moer kon schelen.
Ruud heeft nu, dat voelt hij heel goed, weer zoiets nodig. Een liefdadigheidsdingetje. Ze doen in Nederland heel bijdehand over zijn verblijf in Tsjetsjeni�. Zitten ze weer te zeuren dat hij in een land vol boeven werkt. Morgen nemen Estelle en hij een beslissing. Of het wordt een middag poseren met zieke kinderen in een willekeurig ziekenhuis of hij zegt weer eens iets emotioneels over Rinus Michels. Wat een proleet was dat. Doodgaan van verdriet omdat je vrouw er niet meer is. Dat gaat hem niet gebeuren. Hij zou het alleen heel erg vinden voor iedereen als hij er zelf niet meer is. Daar moet hij niet aan denken.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Ruud Gullit is net wakker en eet een Tsjetsjeens aardappelgerecht. Koud. Er is geen magnetron. In Tsjetsjeni� vinden ze dat een luxe, warm eten. Hij mist het geluid van een zoemende magnetron. Dat doet hem aan thuis denken, thuis bij zijn vrouw Estelle. Hij op de bank, zij midden in de kamer met 47 tasjes uit de PC Hoofstraat om zich heen en dan dat oergezellige geluid van ontdooiende kaviaar.
In Tsjetsjeni� eten ze alles koud. Hij gaat daar niet over klagen. Dat heeft hij wel afgeleerd. Bij Feyenoord heeft hij een keer gezegd dat hij niet was te benijden. Dat is een leermomentje geweest. Als je per wedstrijd als trainer net zo veel verdient als een Rotterdamse havenarbeider in tien jaar, dan moet je dat soort dingen niet zeggen. Mario Been doet dat bijvoorbeeld veel beter. Die verdient een vermogen en toch denken de supporters dat hij ieder weekeinde met een paar zwarte klauwen onder zijn oude Opel Astra vandaan klimt. Ruud is daar ook wat slimmer in geworden.
Op de Tsjetsjeense televisie heeft Ruud gezegd dat hij dol is op aardappelgerechten. Koud vind hij ze nog lekkerder. Hij heeft verteld dat hij er al een levenlang van droomt, ooit in Tsjetsjeni� werken. En nu is het zover. Hij kan rustig sterven. Hij vindt de kleding in Tsjetsjeni� � een gekleurde deken van geitenhaar met een gat in het midden om je hoofd doorheen te doen � helemaal het einde. Hij draagt er zelf thuis ook een. Hij wil niet meer anders. Ook vindt hij de Tsjetsjeense gewoonte om samen met drie herdershonden in ��n bed te slapen helemaal niet vreemd. Ruud is een gezelschapsmens. Ze geloven alles hier. Voor veel mensen is hij hun eerste neger. En geen verkeerde, vindt hij zelf.
Terwijl hij de aluminium bak aardappels leeg eet, kijken de herdershonden hem aan. Dat doen ze goed, die smachtende blik. Ze weten donders goed wie ze te vriend moeten houden. Maar hij kan dat nog beter. Niemand likt zich mooier in je leven dan hij, Ruud Gullit. Ruud weet het van zichzelf: hij is niets meer dan een goed doorgefokte herdershond. Hij ruikt het meteen als hij moet doen alsof hij van iemand houdt. Het geld, dat ruikt hij. De rest gaat dan eigenlijk vanzelf.
Zo heeft hij het altijd gedaan. Vanaf zijn jeugd. Eerst heeft hij die mafkees van een Barry Hughes voor zijn karretje gespannen. Met zijn lulverhalen over ontdekken en thuis bezoeken en zijn toekomst bij Haarlem. Haarlem bestaat niet meer en hij wel. Dus waar hebben we het dan over? Hij heeft nooit van Haarlem gehouden. Ze mochten van hem genieten, aan hem snuffelen, ze mochten hem betalen. Barry Hughes zit nu ergens diep in de provincie in heel slecht Nederlands voor driehonderd euro per avond te vertellen dat hij ooit op een rolfluitje blies toen Kessler voorbijkwam. Nee, dan ben je lekker bezig. Wat lullen die mensen dan in Nederland, over hem. Wie heeft het dan goed gedaan? Precies.
Ze weten het in Nederland allemaal zo goed. PSV, wat een domme klootzakken liepen daar dan in de rondte. Zo makkelijk als daar, in Eindhoven, is het hem later nooit meer gelukt; mensen laten geloven dat je echt van hun stad houdt. Hij is er een paar maanden geleden nog geweest. Moest Estelle even heen en weer naar een schoenenwinkel waar ze de laatste dertig paar schoenen van een bepaald merk nog wel in het rood hadden. Reed hij een rotonde op, hadden ze in het midden een veld vol met kegels en een bowlingbal neergelegd. Rotondekunst. En in zo'n stad moet je dan wonen.
Stel, ze vragen hem binnenkort terug, als technisch manager, dan weet hij precies wat hij gaat zeggen. Dat hij diep onder de indruk is van een stad die de rotondekunst mondiaal een boost geeft. Dat hij trots is op Eindhoven, waar men het heeft aangedurfd. Dat de sculptuur van vallende kegels hem steeds weer ontroert. Dat die kegels volgens Ruud staan voor de onderdrukten in de samenleving. Hij lult wel wat. Hij doet het inmiddels op gevoel, vertellen wat de mensen graag horen. Hij heeft als president van de Nederlandse en Belgische kandidatuur voor het WK net een jaar lang gedaan alsof Nederland een heel aantrekkelijk land is. Dan kan je wat. Dat ze dat WK niet hebben gekregen komt door Cruijff, die tijdens een PR-bijeenkomst op zijn fiets zat alsof hij een mango bevruchtte.
Best wel lekker, koud, die aardappels. Hij gooit er een naar de herdershond. Dat doet hem aan Nelson Mandela denken. Die stonk naar natte herdershond. Rook hij meteen. Die Mandela had een half leven in dezelfde onderbroek naar de zee zitten koekeloeren. Dat weet hij nog goed. Zat die Uncle Ben een heel jankverhaal op te hangen over onderdrukking, mensenrechten en discriminatie en opeens wist hij het. Natte herdershond. Hij heeft ooit de auto van John de Wolf gekocht. Eerst gewacht tot John aan lager wal was geraakt en geld nodig had, en toen heeft hij hem eens opgebeld, of John zijn auto toevallig nog wegdeed. Die rook ook naar natte hond, de auto van John. En naar zweterige, gekleurde overhemden.
Zijn hand rook nog maandenlang naar Nelson Mandela. Die lucht kreeg hij er niet uit. De geur van oprechtheid en eerlijkheid. Ruud heeft ooit iets aan Mandela opgedragen, weet hij veel wat, iets van een beker of een kampioenschap. In ieder geval kostte het hem niets. Marketingtechnisch is dat voor het product Gullit heel goed geweest. Hebben mensen toch zeker een jaartje of vier gedacht dat de wereldvrede hem ene moer kon schelen.
Ruud heeft nu, dat voelt hij heel goed, weer zoiets nodig. Een liefdadigheidsdingetje. Ze doen in Nederland heel bijdehand over zijn verblijf in Tsjetsjeni�. Zitten ze weer te zeuren dat hij in een land vol boeven werkt. Morgen nemen Estelle en hij een beslissing. Of het wordt een middag poseren met zieke kinderen in een willekeurig ziekenhuis of hij zegt weer eens iets emotioneels over Rinus Michels. Wat een proleet was dat. Doodgaan van verdriet omdat je vrouw er niet meer is. Dat gaat hem niet gebeuren. Hij zou het alleen heel erg vinden voor iedereen als hij er zelf niet meer is. Daar moet hij niet aan denken.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Monday, February 7, 2011
Column; Johan Cruijff
Kiezen voor die ene sterke uitzondering
Er bestaan veel tegenstrijdigheden in het voetbal. Door het verlies van PSV en de winst van Ajax is de spanning in de Nederlandse competitie weer toegenomen. Maar als ik het qua voetbal moet beoordelen, dan is het vaak toch een beetje triest wat ik krijg voorgeschoteld.
Zeker als je Barcelona weer tegen Atletico Madrid ziet spelen. Een klasse apart. Als straks ook de enige overgebleven concurrent Real Madrid afhaakt, dan is het Spaanse kampioenschap zelfs in de winter beslist. Qua spanning houdt het dus niet over.
Maar wat is nou beter? Dan kies ik toch voor een competitie waar de rest zich aan die ene uitzondering moet zien op te trekken. Voor mij is Barcelona daarom de norm. Een ploeg die in staat is om techniek te koppelen aan het bespelen van de ruimte. De spelers doen dit zo goed, dat het ook nog eens heel gemakkelijk lijkt.
Het is voetbal waar iedereen in mee kan komen. Barcelona heeft gelukkig bewezen, dat er niet nog meer fysiek nodig is om in het huidige topvoetbal overeind te blijven. Een stelling die in de opleidingen waarschijnlijk regel was geworden, als Barcelona niet had aangetoond dat groot of klein niets uitmaakt, zolang je maar aan de basisprincipes van het voetbal vasthoudt.
Zoals Barcelona ook het enige elftal is dat met drie middenvelders speelt, van wie er ��n verdedigend is ingesteld. Omdat ze de uitzondering zijn, worden de tegenstanders daarom geconfronteerd met een speelwijze die ze niet gewend zijn. Een groot voordeel.
In de jaren zeventig hadden we ook in Nederland zo�n situatie als nu in Spanje. Elk jaar ging het tussen Ajax en Feyenoord, de rest kon slechts volgen. Tot ploegen als PSV, FC Twente, FC Den Haag en Sparta zich steeds meer aan ons niveau gingen optrekken. Met als gevolg, dat de eredivisie niet alleen in kwaliteit toenam, maar dat ook de andere clubs internationaal aan de weg gingen timmeren. Volgens mij hebben al deze ploegen uiteindelijk een kwartfinale, halve finale of de finale van de Europa Cup I of UEFA Cup gehaald.
Daarom hoop ik ook dat de filosofie van Barcelona meer navolging in Nederland gaat krijgen. Uitgerekend het voetballand dat als voorbeeld voor Barcelona heeft gediend, maar daarna steeds verder van de eigen cultuur is afgedreven.
Voetbal, dat gebaseerd is op de wetten van het straatvoetbal. Zo simpel als wat en je komt er nog ver mee ook.
bron: www.telegraaf.nl
Er bestaan veel tegenstrijdigheden in het voetbal. Door het verlies van PSV en de winst van Ajax is de spanning in de Nederlandse competitie weer toegenomen. Maar als ik het qua voetbal moet beoordelen, dan is het vaak toch een beetje triest wat ik krijg voorgeschoteld.
Zeker als je Barcelona weer tegen Atletico Madrid ziet spelen. Een klasse apart. Als straks ook de enige overgebleven concurrent Real Madrid afhaakt, dan is het Spaanse kampioenschap zelfs in de winter beslist. Qua spanning houdt het dus niet over.
Maar wat is nou beter? Dan kies ik toch voor een competitie waar de rest zich aan die ene uitzondering moet zien op te trekken. Voor mij is Barcelona daarom de norm. Een ploeg die in staat is om techniek te koppelen aan het bespelen van de ruimte. De spelers doen dit zo goed, dat het ook nog eens heel gemakkelijk lijkt.
Het is voetbal waar iedereen in mee kan komen. Barcelona heeft gelukkig bewezen, dat er niet nog meer fysiek nodig is om in het huidige topvoetbal overeind te blijven. Een stelling die in de opleidingen waarschijnlijk regel was geworden, als Barcelona niet had aangetoond dat groot of klein niets uitmaakt, zolang je maar aan de basisprincipes van het voetbal vasthoudt.
Zoals Barcelona ook het enige elftal is dat met drie middenvelders speelt, van wie er ��n verdedigend is ingesteld. Omdat ze de uitzondering zijn, worden de tegenstanders daarom geconfronteerd met een speelwijze die ze niet gewend zijn. Een groot voordeel.
In de jaren zeventig hadden we ook in Nederland zo�n situatie als nu in Spanje. Elk jaar ging het tussen Ajax en Feyenoord, de rest kon slechts volgen. Tot ploegen als PSV, FC Twente, FC Den Haag en Sparta zich steeds meer aan ons niveau gingen optrekken. Met als gevolg, dat de eredivisie niet alleen in kwaliteit toenam, maar dat ook de andere clubs internationaal aan de weg gingen timmeren. Volgens mij hebben al deze ploegen uiteindelijk een kwartfinale, halve finale of de finale van de Europa Cup I of UEFA Cup gehaald.
Daarom hoop ik ook dat de filosofie van Barcelona meer navolging in Nederland gaat krijgen. Uitgerekend het voetballand dat als voorbeeld voor Barcelona heeft gediend, maar daarna steeds verder van de eigen cultuur is afgedreven.
Voetbal, dat gebaseerd is op de wetten van het straatvoetbal. Zo simpel als wat en je komt er nog ver mee ook.
bron: www.telegraaf.nl
Monday, January 31, 2011
Column; Willem van Hanegem
Het gaat toch maar om ��n ding; de club Feyenoord
Zaterdag heb ik Mario Been gebeld en gezegd dat ik er bij nader inzien van afzie om de duels van Feyenoord 'goed te bekijken' en daarna met de technische staf eventueel te bespreken. Ik had geen goed gevoel bij dat aanbod. Ik kijk altijd goed naar wedstrijden, daar begint het al mee. En dan die vrijblijvendheid, het voelde gewoon niet goed.
Het heeft er bovendien alle schijn van alsof Mario iets opgedrongen is en dat is het laatste wat ik wil, eerlijk gezegd. Het moet op vriendschappelijke en tegelijk gelijkwaardige basis gebeuren, zoiets; voetbalmensen onder elkaar. Dat zijn we toch! Met wederzijds respect alsjeblieft.
Ik word heel erg moe van de politiek in en om het voetbal en merk nu dat dat verdorie binnen mijn eigen club ook aan de gang is. Belangen, eigenbelangen, clubbelangen, ik vind dat heel ingewikkeld. Het gaat toch maar om ��n ding; de club Feyenoord.
Ik vind het ook jammer dat Mario in het openbaar zijn irritatie heeft prijsgegeven over het feit dat ik in het AD heb gezegd waar we het over gehad hebben op de golfbaan. Ongelooflijk. Waar ging het over? Ik had niet mogen zeggen dat hij een uitsmijter en ik een kroket op heb. Misschien is hij wel op dieet, dan begrijp ik zijn kritiek nog, anders niet.
Ik kan niet zo goed met die overgevoeligheid overweg. Ik raak zelf ook wel eens ge�rriteerd over iemand of over wat iemand over me zegt. Natuurlijk, maar daar moet je in dit geval geen al te groot punt van maken toch?
De kritiek binnen de top van Feyenoord op mijn columns vind ik volledig misplaatst. Mario is daar vorige week ook over begonnen. Waar gaat het over? Toen hij bij NEC trainde, heb ik meermalen geschreven dat Feyenoord eens over hem moest nadenken. In zijn eerste anderhalf jaar bij Feyenoord heb ik hem steeds, en terecht, positief bejegend. Dat doe ik eigenlijk nog steeds wel.
Ik heb Feyenoord ook altijd rustig behandeld, zoals ik alle andere ontwikkelingen in en rond clubs en bij het Nederlands elftal altijd afstandelijk benader. Ik raak niet zo snel opgewonden en heb geen dubbele agenda. Maar nu eindelijk, na ook de 10-0 bij PSV graag met de mantel der liefde te hebben bedekt, begon de sfeer bij Feyenoord me tegen te staan. Ik heb vooral gezegd dat je jezelf niet kleiner moet maken dan je bent en dat er meer uit die spelersgroep te halen is. Mag dat alsjeblieft? Ik miszeg daar niets mee.
Daarnaast heb ik altijd de achterban opgeroepen rustig en normaal te blijven doen. Dat deed ik vorige week en dat doe ik nu bij deze weer en ik heb de indruk dat de grote massa bij Feyenoord mij nog steeds een beetje serieus neemt. Echte Feyenoorders steunen de club en gasten die stiekem via sms'jes medewerkers van de club bedreigen, die maken diezelfde club kapot. Figuren die dat doen, moeten opgespoord en aangegeven worden.
Voor het overige blijf ik Feyenoord steunen en roep ik alle ex-spelers van de club op om hetzelfde te doen, op welke manier dan ook.
Voor het voetbal in de eredivisie was het een vervelend weekeinde. Het geploeter van PSV, dat dankzij de medewerking van de arbitrage nipt thuis van Willem II wist te winnen, was meelijkwekkend om te zien, maar nog niet het ergste. Het vertrek van Su�rez is pas echt treurig. Ik zal hem missen. Ik houd van het temperament van Argentijnen en Uruguayanen. Su�rez maakte in zijn eentje de eredivisie strijdbaarder, iedere tegenstander werd kwaad op hem.
Dat soort mannen hebben we hier nodig. Daarom vind ik het niet gek dat Ajax die kleine Mertens bij FC Utrecht wil weghalen. Hij lijkt qua mentaliteit erg op Su�rez; ook zo'n voortreffelijke voetballer, net zo'n serpent met zijn kleine overtredingen en zijn geduikel.
Hij moet nog iets beter worden, maar ik geloof wel in dat ventje. Ik weet nog dat ze bij FC Utrecht, toen Mertens nog bij AGOVV voetbalde, twijfels hadden over hem, hoofdscout Nol de Ruiter met name. Ik moet zeggen dat Mertens mij ook heeft verrast in zijn ontwikkeling.
Compliment dus voor de technische staf van FC Utrecht. Ze bewijzen met de verbetering van Mertens dat als je goed met een jongen aan de slag gaat, hem vertrouwen geeft, dat er iets heel moois uit kan ontstaan. Zowel qua voetbal als wat de financi�n betreft. Straks betaalt Ajax misschien wel zes of zeven miljoen voor die kleine, zou mooi zijn, toch?
WILLEM VAN HANEGEM
bron: www.ad.nl & http://www.nu.nl/
Zaterdag heb ik Mario Been gebeld en gezegd dat ik er bij nader inzien van afzie om de duels van Feyenoord 'goed te bekijken' en daarna met de technische staf eventueel te bespreken. Ik had geen goed gevoel bij dat aanbod. Ik kijk altijd goed naar wedstrijden, daar begint het al mee. En dan die vrijblijvendheid, het voelde gewoon niet goed.
Het heeft er bovendien alle schijn van alsof Mario iets opgedrongen is en dat is het laatste wat ik wil, eerlijk gezegd. Het moet op vriendschappelijke en tegelijk gelijkwaardige basis gebeuren, zoiets; voetbalmensen onder elkaar. Dat zijn we toch! Met wederzijds respect alsjeblieft.
Ik word heel erg moe van de politiek in en om het voetbal en merk nu dat dat verdorie binnen mijn eigen club ook aan de gang is. Belangen, eigenbelangen, clubbelangen, ik vind dat heel ingewikkeld. Het gaat toch maar om ��n ding; de club Feyenoord.
Ik vind het ook jammer dat Mario in het openbaar zijn irritatie heeft prijsgegeven over het feit dat ik in het AD heb gezegd waar we het over gehad hebben op de golfbaan. Ongelooflijk. Waar ging het over? Ik had niet mogen zeggen dat hij een uitsmijter en ik een kroket op heb. Misschien is hij wel op dieet, dan begrijp ik zijn kritiek nog, anders niet.
Ik kan niet zo goed met die overgevoeligheid overweg. Ik raak zelf ook wel eens ge�rriteerd over iemand of over wat iemand over me zegt. Natuurlijk, maar daar moet je in dit geval geen al te groot punt van maken toch?
De kritiek binnen de top van Feyenoord op mijn columns vind ik volledig misplaatst. Mario is daar vorige week ook over begonnen. Waar gaat het over? Toen hij bij NEC trainde, heb ik meermalen geschreven dat Feyenoord eens over hem moest nadenken. In zijn eerste anderhalf jaar bij Feyenoord heb ik hem steeds, en terecht, positief bejegend. Dat doe ik eigenlijk nog steeds wel.
Ik heb Feyenoord ook altijd rustig behandeld, zoals ik alle andere ontwikkelingen in en rond clubs en bij het Nederlands elftal altijd afstandelijk benader. Ik raak niet zo snel opgewonden en heb geen dubbele agenda. Maar nu eindelijk, na ook de 10-0 bij PSV graag met de mantel der liefde te hebben bedekt, begon de sfeer bij Feyenoord me tegen te staan. Ik heb vooral gezegd dat je jezelf niet kleiner moet maken dan je bent en dat er meer uit die spelersgroep te halen is. Mag dat alsjeblieft? Ik miszeg daar niets mee.
Daarnaast heb ik altijd de achterban opgeroepen rustig en normaal te blijven doen. Dat deed ik vorige week en dat doe ik nu bij deze weer en ik heb de indruk dat de grote massa bij Feyenoord mij nog steeds een beetje serieus neemt. Echte Feyenoorders steunen de club en gasten die stiekem via sms'jes medewerkers van de club bedreigen, die maken diezelfde club kapot. Figuren die dat doen, moeten opgespoord en aangegeven worden.
Voor het overige blijf ik Feyenoord steunen en roep ik alle ex-spelers van de club op om hetzelfde te doen, op welke manier dan ook.
Voor het voetbal in de eredivisie was het een vervelend weekeinde. Het geploeter van PSV, dat dankzij de medewerking van de arbitrage nipt thuis van Willem II wist te winnen, was meelijkwekkend om te zien, maar nog niet het ergste. Het vertrek van Su�rez is pas echt treurig. Ik zal hem missen. Ik houd van het temperament van Argentijnen en Uruguayanen. Su�rez maakte in zijn eentje de eredivisie strijdbaarder, iedere tegenstander werd kwaad op hem.
Dat soort mannen hebben we hier nodig. Daarom vind ik het niet gek dat Ajax die kleine Mertens bij FC Utrecht wil weghalen. Hij lijkt qua mentaliteit erg op Su�rez; ook zo'n voortreffelijke voetballer, net zo'n serpent met zijn kleine overtredingen en zijn geduikel.
Hij moet nog iets beter worden, maar ik geloof wel in dat ventje. Ik weet nog dat ze bij FC Utrecht, toen Mertens nog bij AGOVV voetbalde, twijfels hadden over hem, hoofdscout Nol de Ruiter met name. Ik moet zeggen dat Mertens mij ook heeft verrast in zijn ontwikkeling.
Compliment dus voor de technische staf van FC Utrecht. Ze bewijzen met de verbetering van Mertens dat als je goed met een jongen aan de slag gaat, hem vertrouwen geeft, dat er iets heel moois uit kan ontstaan. Zowel qua voetbal als wat de financi�n betreft. Straks betaalt Ajax misschien wel zes of zeven miljoen voor die kleine, zou mooi zijn, toch?
WILLEM VAN HANEGEM
bron: www.ad.nl & http://www.nu.nl/
Saturday, January 29, 2011
Column; Nico Dijkshoorn
Wees eerlijk en zeg dat je het voor het geld doet
De winterstop in de Nederlandse competitie is een verhelderende periode. De voetballerij laat in december en januari zijn ware gezicht zien. Monden van voetballers, managers en trainers, ze veranderen tijdens de winterstop in pinautomaten. Druk op de juiste knoppen en het geld stroomt er uit. Bij bakken. De hebzucht, het persoonlijk gewin, de dans om het geld, je ziet dat het de laatste weken nergens anders om draait. De hele voetbalwereld lacht om clubliefde, spuugt op eerlijke concurrentie en schijt vooral op u, de voetballiefhebber.
Voorbeelden. Coen Moulijn zijn lichaam was nog niet stijf of Mario Been legde uit dat hij en de selectie niet bij de begrafenis zouden zijn. Feyenoord moest naar Oman. Niet om te trainen, maar om geld te verdienen. Een onbegrijpelijke keuze, vooral als je het de man hoorde uitleggen die ieder weekend acteert dat er echt Feyenoordbloed door zijn aderen stroomt. Met terugwerkende kracht worden alle huilverhalen van Mario Been, als het over zijn Feyenoordgevoel gaat, volkomen ridicuul. Been heeft op het pijnlijkste moment laten zien wat er echt door zijn aderen stroomt. Hebzucht en blinde ambitie.
Coen Moulijn zelf zou vanuit Indonesi� meteen terug zijn gereisd naar Rotterdam als een van zijn oud-ploeggenoten kwam te overlijden. Geen discussie over mogelijk. Hij zou zijn koffer hebben gepakt, zijn eigen pakken er netjes in hebben gevouwen en Coen zou er hebben gestaan. Ruim op tijd.
Naar een begrafenis gaan van een oud-teamgenoot getuigt van respect. Van gevoel. Je laat zien dat je hart op de goede plek zit. Je houdt van je club. Je gaat naar een begrafenis om nog eens, met een stuk cake in je hand, verhalen op te halen over de overledene. Er wordt gelachen. Soms slikt er iemand een dikke keel weg. Je begrijpt dat de man die nu in een kist ligt je club groot heeft gemaakt. Zonder hem was je niets. Je denkt aan zijn familie. Je doet wat je denkt dat goed is. Op je gevoel.
Been en zijn selectie deden het omgekeerde. Zij rommelden hun rouw in een handig mediamomentje, waarschijnlijk net na een sponsor-activiteit. Het moet er vreselijk uit hebben gezien, al die jonge grootverdieners om de kist van een man die zijn halve leven in een kledingzaak heeft gewerkt. Ik sluit niet uit dat er verveeld op horloges is gekeken. Ik denk dat als Mario Been zelf was overleden de reis naar Omar wel was afgelast. Ik denk zomaar dat Leo Beenhakker niet in zijn auto was gestapt en de vrouw van Been had durven te vertellen dat er in het buitenland wat geld moest worden opgehaald.
Het is wrang, maar juist na de dood van Moulijn had Feyenoord kunnen laten zien waarom het ooit zo groot was. Ze hadden in Rotterdam moeten blijven. Ze hadden moeten trainen in Nederland, omdat ze naar de begrafenis wilden. Been had daar kunnen laten zien dat zijn Feyenoordhart werkelijk woest in zijn borstkast klopt. Nu zat Been samen met Leo wat te geiten in de woestijn. Ik las dat de omstandigheden ideaal waren. Fijn. Gefeliciteerd.
Het afscheid van Coen werd een majestueuze tocht door Rotterdam. Een historische tocht. Nooit eerder liet Rotterdam zo warmbloedig zien waarom Hand in hand, kameraden het lijflied is. Ze maakten het waar, al die mensen langs de route. Ik heb er met tranen in mijn ogen naar zitten kijken. Dit ging niet over geld. Dit ging niet over het linker- of het rechterrijtje. Dit ging over een piepklein mannetje dat stadions vol speelde. Iedereen was er en er zal nog tientallen jaren over na worden gepraat. Iedereen behalve de selectie van Feyenoord. Die zaten na een lichte training de foto's van de kinderen van een van de meegereisde sponsors te bekijken. Zo jong, de spelers van Feyenoord en nu eigenlijk al dood.
Het geld en de omtrekkende beweging. Ruud van Nistelrooy staat bekend als een vriendelijke jongen. Altijd wat woorden voor de pers. Leuke gozer in de groep. Hij leest af en toe een boek. Hij hield van Duitsland. Hield. Ruud blijkt dat ook allemaal te hebben geacteerd. Zoals dat zo vaak gaat. Nog maar een half jaar geleden benadrukte Ruud in ieder interview dat hij voor HSV door het vuur ging. Hij speelde liever iedere week dan dat hij moest wachten op een invalbeurt in Madrid. Het leven was mooi in Hamburg. Een heerlijke stad. Nee, hij miste Madrid niet. Totdat er daar iemand door zijn enkel ging.
Nu is Ruud al een week met deuren aan het slaan. Ze hebben hem in het trainingskamp moeten vastbinden op een hotelbed, zo graag wilde hij afreizen naar Madrid. Dat verbaast mij niet. Ik ben niet na�ef. Ook Ruud speelt het liefst voor zoveel mogelijk geld in een zo prettig mogelijk klimaat. In die volgorde. Betalen ze hem in IJsland een godsvermogen, dan vindt Ruud IJsland opeens een heerlijk land met doorgroeimogelijkheden en fantastische streekgerechten. Zo werkt het. Voetballers zitten waar ze het meeste geld kunnen verdienen. Hamburgse fans, die voor veel geld Ruuds shirt hebben gekocht, krijgen van Ruud deze week de middelvinger.
Dat is niet raar. Zo gaat dat. Luis Suarez, hij zal over enkele weken in de Engelse kranten vertellen dat hij al een leven lang van de Premier League droomt. En men zal het geloven. Zoals men nu in Madrid zal geloven dat Ruud echt van hun club houdt.
Het wordt tijd dat het eens uit is met dat kinderachtige gedoe. Wees voortaan eerlijk. Voetbal is, helaas, een beroep. Zeg dat je het voor het geld doet. Lieg niet. Maak de bezoekers en de televisiekijkers, die uiteindelijk jouw salaris betalen, niets wijs. We zijn niet achterlijk. Ruud is trouw aan de hand die hem het royaalst voedt. Die sentimentele rollenspelen, laat maar zitten Ruud.
Wees voortaan allemaal eerlijk. Zeg gewoon: Fuck You, Moulijn, oude zak. We blijven niet thuis voor een dood fossiel. Zeg voortaan: Ik haat Duitsland, ik verlang naar Madrid. Ik ben weg als het kan. Laten we het zo afspreken. Wij betalen jullie, jullie voetballen zo mooi mogelijk. Verder niets. Kom bij ons niet aanzetten met lulverhalen over clubliefde. Dat gelooft niemand meer.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
De winterstop in de Nederlandse competitie is een verhelderende periode. De voetballerij laat in december en januari zijn ware gezicht zien. Monden van voetballers, managers en trainers, ze veranderen tijdens de winterstop in pinautomaten. Druk op de juiste knoppen en het geld stroomt er uit. Bij bakken. De hebzucht, het persoonlijk gewin, de dans om het geld, je ziet dat het de laatste weken nergens anders om draait. De hele voetbalwereld lacht om clubliefde, spuugt op eerlijke concurrentie en schijt vooral op u, de voetballiefhebber.
Voorbeelden. Coen Moulijn zijn lichaam was nog niet stijf of Mario Been legde uit dat hij en de selectie niet bij de begrafenis zouden zijn. Feyenoord moest naar Oman. Niet om te trainen, maar om geld te verdienen. Een onbegrijpelijke keuze, vooral als je het de man hoorde uitleggen die ieder weekend acteert dat er echt Feyenoordbloed door zijn aderen stroomt. Met terugwerkende kracht worden alle huilverhalen van Mario Been, als het over zijn Feyenoordgevoel gaat, volkomen ridicuul. Been heeft op het pijnlijkste moment laten zien wat er echt door zijn aderen stroomt. Hebzucht en blinde ambitie.
Coen Moulijn zelf zou vanuit Indonesi� meteen terug zijn gereisd naar Rotterdam als een van zijn oud-ploeggenoten kwam te overlijden. Geen discussie over mogelijk. Hij zou zijn koffer hebben gepakt, zijn eigen pakken er netjes in hebben gevouwen en Coen zou er hebben gestaan. Ruim op tijd.
Naar een begrafenis gaan van een oud-teamgenoot getuigt van respect. Van gevoel. Je laat zien dat je hart op de goede plek zit. Je houdt van je club. Je gaat naar een begrafenis om nog eens, met een stuk cake in je hand, verhalen op te halen over de overledene. Er wordt gelachen. Soms slikt er iemand een dikke keel weg. Je begrijpt dat de man die nu in een kist ligt je club groot heeft gemaakt. Zonder hem was je niets. Je denkt aan zijn familie. Je doet wat je denkt dat goed is. Op je gevoel.
Been en zijn selectie deden het omgekeerde. Zij rommelden hun rouw in een handig mediamomentje, waarschijnlijk net na een sponsor-activiteit. Het moet er vreselijk uit hebben gezien, al die jonge grootverdieners om de kist van een man die zijn halve leven in een kledingzaak heeft gewerkt. Ik sluit niet uit dat er verveeld op horloges is gekeken. Ik denk dat als Mario Been zelf was overleden de reis naar Omar wel was afgelast. Ik denk zomaar dat Leo Beenhakker niet in zijn auto was gestapt en de vrouw van Been had durven te vertellen dat er in het buitenland wat geld moest worden opgehaald.
Het is wrang, maar juist na de dood van Moulijn had Feyenoord kunnen laten zien waarom het ooit zo groot was. Ze hadden in Rotterdam moeten blijven. Ze hadden moeten trainen in Nederland, omdat ze naar de begrafenis wilden. Been had daar kunnen laten zien dat zijn Feyenoordhart werkelijk woest in zijn borstkast klopt. Nu zat Been samen met Leo wat te geiten in de woestijn. Ik las dat de omstandigheden ideaal waren. Fijn. Gefeliciteerd.
Het afscheid van Coen werd een majestueuze tocht door Rotterdam. Een historische tocht. Nooit eerder liet Rotterdam zo warmbloedig zien waarom Hand in hand, kameraden het lijflied is. Ze maakten het waar, al die mensen langs de route. Ik heb er met tranen in mijn ogen naar zitten kijken. Dit ging niet over geld. Dit ging niet over het linker- of het rechterrijtje. Dit ging over een piepklein mannetje dat stadions vol speelde. Iedereen was er en er zal nog tientallen jaren over na worden gepraat. Iedereen behalve de selectie van Feyenoord. Die zaten na een lichte training de foto's van de kinderen van een van de meegereisde sponsors te bekijken. Zo jong, de spelers van Feyenoord en nu eigenlijk al dood.
Het geld en de omtrekkende beweging. Ruud van Nistelrooy staat bekend als een vriendelijke jongen. Altijd wat woorden voor de pers. Leuke gozer in de groep. Hij leest af en toe een boek. Hij hield van Duitsland. Hield. Ruud blijkt dat ook allemaal te hebben geacteerd. Zoals dat zo vaak gaat. Nog maar een half jaar geleden benadrukte Ruud in ieder interview dat hij voor HSV door het vuur ging. Hij speelde liever iedere week dan dat hij moest wachten op een invalbeurt in Madrid. Het leven was mooi in Hamburg. Een heerlijke stad. Nee, hij miste Madrid niet. Totdat er daar iemand door zijn enkel ging.
Nu is Ruud al een week met deuren aan het slaan. Ze hebben hem in het trainingskamp moeten vastbinden op een hotelbed, zo graag wilde hij afreizen naar Madrid. Dat verbaast mij niet. Ik ben niet na�ef. Ook Ruud speelt het liefst voor zoveel mogelijk geld in een zo prettig mogelijk klimaat. In die volgorde. Betalen ze hem in IJsland een godsvermogen, dan vindt Ruud IJsland opeens een heerlijk land met doorgroeimogelijkheden en fantastische streekgerechten. Zo werkt het. Voetballers zitten waar ze het meeste geld kunnen verdienen. Hamburgse fans, die voor veel geld Ruuds shirt hebben gekocht, krijgen van Ruud deze week de middelvinger.
Dat is niet raar. Zo gaat dat. Luis Suarez, hij zal over enkele weken in de Engelse kranten vertellen dat hij al een leven lang van de Premier League droomt. En men zal het geloven. Zoals men nu in Madrid zal geloven dat Ruud echt van hun club houdt.
Het wordt tijd dat het eens uit is met dat kinderachtige gedoe. Wees voortaan eerlijk. Voetbal is, helaas, een beroep. Zeg dat je het voor het geld doet. Lieg niet. Maak de bezoekers en de televisiekijkers, die uiteindelijk jouw salaris betalen, niets wijs. We zijn niet achterlijk. Ruud is trouw aan de hand die hem het royaalst voedt. Die sentimentele rollenspelen, laat maar zitten Ruud.
Wees voortaan allemaal eerlijk. Zeg gewoon: Fuck You, Moulijn, oude zak. We blijven niet thuis voor een dood fossiel. Zeg voortaan: Ik haat Duitsland, ik verlang naar Madrid. Ik ben weg als het kan. Laten we het zo afspreken. Wij betalen jullie, jullie voetballen zo mooi mogelijk. Verder niets. Kom bij ons niet aanzetten met lulverhalen over clubliefde. Dat gelooft niemand meer.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Monday, January 24, 2011
Column; Cruijff over 'move' van Gullit
Veel mensen onderschatten nog steeds de kracht van sport. Waardoor je soms bijna spelenderwijs in staat bent om dingen te veranderen. Ik merk het nu weer aan alle scherpe commentaren op het contract dat Ruud Gullit getekend heeft met een club uit Tsjetsjeni�.
In plaats van dit na een jaar te beoordelen, vliegt de verontwaardiging je om de oren nog voordat hij daar begonnen is.
Het doet me denken aan de keuze die ik in 1973 voor Barcelona maakte. Volgens veel critici koos ik toen voor het land van dictator Franco, die toen in Spanje aan de macht was. Ik ben daar nooit op ingegaan, ook omdat ik op dat moment politiek onvoldoende onderlegd was. Ik had totaal geen idee van wat me in dat opzicht te wachten stond.
In de praktijk bleek de communicatie via mijn spel het beste te werken. Gewoon heel goed voetballen, waarna allerlei zaken in gang werden gezet. Daar zat geen enkel plan achter. Sommige zaken, die later een grote symbolische waarde zouden krijgen, zijn me gewoon overkomen.
Toen ik de impact ervan in de gaten kreeg, gaf ik er natuurlijk wel meteen een draai aan. Zoals in 1974, toen we onze zoon de Catalaanse naam Jordy gaven. Dat vonden Danny en ik gewoon een mooie naam, maar voor het Catalaanse volk bleek het enorm inspirerend te zijn in hun emotionele strijd om zich tegen het Franco-regime af te zetten.
Nog sterker gebeurde dat via het voetbal. De 5-0 overwinning die we toen in Madrid op Real boekten, heeft tot vandaag de dag een zware historische lading. Omdat voor veel Catalanen vooral de dictator door die uitslag werd vernederd.Omdat ik geen glazen bol heb, kan ik nu niet zeggen wat het effect van de komst van Gullit in Tsjetsjeni� zal zijn. Maar wie wel?
Ik weet alleen wel, dat met het binnenhalen van een beroemde voetballer de deur van Tsjetsjeni� open is gezet. Waarom moet die dan worden dichtgegooid? Ik zou tegen de media zeggen, maak er gebruik van, bezoek de wedstrijden van Gullit en maak verslagen van wat je binnen en buiten het stadion ziet.
Net als bij mij met Cataloni�, weet ik zeker dat zijn komst iets met de bevolking gaat doen. De tijd zal leren welke impact de prestaties van het elftal op de situatie in Tsjetsjeni� gaan hebben. Zelf heb ik ervaren, dat je de mensen soms veel extra�s geeft, zonder dat je dat zelf beseft. Ik zou daarom nog even wachten met de kritiek op Gullit.
bron: www.telegraaf.nl
In plaats van dit na een jaar te beoordelen, vliegt de verontwaardiging je om de oren nog voordat hij daar begonnen is.
Het doet me denken aan de keuze die ik in 1973 voor Barcelona maakte. Volgens veel critici koos ik toen voor het land van dictator Franco, die toen in Spanje aan de macht was. Ik ben daar nooit op ingegaan, ook omdat ik op dat moment politiek onvoldoende onderlegd was. Ik had totaal geen idee van wat me in dat opzicht te wachten stond.
In de praktijk bleek de communicatie via mijn spel het beste te werken. Gewoon heel goed voetballen, waarna allerlei zaken in gang werden gezet. Daar zat geen enkel plan achter. Sommige zaken, die later een grote symbolische waarde zouden krijgen, zijn me gewoon overkomen.
Toen ik de impact ervan in de gaten kreeg, gaf ik er natuurlijk wel meteen een draai aan. Zoals in 1974, toen we onze zoon de Catalaanse naam Jordy gaven. Dat vonden Danny en ik gewoon een mooie naam, maar voor het Catalaanse volk bleek het enorm inspirerend te zijn in hun emotionele strijd om zich tegen het Franco-regime af te zetten.
Nog sterker gebeurde dat via het voetbal. De 5-0 overwinning die we toen in Madrid op Real boekten, heeft tot vandaag de dag een zware historische lading. Omdat voor veel Catalanen vooral de dictator door die uitslag werd vernederd.Omdat ik geen glazen bol heb, kan ik nu niet zeggen wat het effect van de komst van Gullit in Tsjetsjeni� zal zijn. Maar wie wel?
Ik weet alleen wel, dat met het binnenhalen van een beroemde voetballer de deur van Tsjetsjeni� open is gezet. Waarom moet die dan worden dichtgegooid? Ik zou tegen de media zeggen, maak er gebruik van, bezoek de wedstrijden van Gullit en maak verslagen van wat je binnen en buiten het stadion ziet.
Net als bij mij met Cataloni�, weet ik zeker dat zijn komst iets met de bevolking gaat doen. De tijd zal leren welke impact de prestaties van het elftal op de situatie in Tsjetsjeni� gaan hebben. Zelf heb ik ervaren, dat je de mensen soms veel extra�s geeft, zonder dat je dat zelf beseft. Ik zou daarom nog even wachten met de kritiek op Gullit.
bron: www.telegraaf.nl
Friday, January 21, 2011
Column; Nico Dijkshoorn
Je helden moet je nooit spreken, zeker voetballers niet
Nog niet eens zo heel lang geleden, tijdens het WK, schreef ik een column over de teleurstellende manier waarop Wim Suurbier in het programma VI werd gepresenteerd. Niet als een van de beste rechtsbacks ooit, maar als een met anekdotes gevulde zeepbel. Ruud Krol � de man die het camoufleren van een chronische taalachterstand al een leven lang naar een hoger niveau tilt � kreeg in Zuid-Afrika alle ruimte kreeg om zich te profileren als een coryfee en Wim Suurbier zat in een Hollandse studio weer eens te vertellen dat zijn lul bijna tot op de grond hangt.
Ik legde in de column uit hoezeer ik het betreurde dat Wim alweer was neergezet als iemand die zijn leven vult met naakt door hotels lopen. Dat wij Wim weer leerden kennen als een dronken gek die ooit op achterbanken van auto's in slaap viel. Ik legde uit dat ik graag van Wim had willen horen hoe hij Nederland vond verdedigen. Ik wilde de vakman Wim Suurbier over voetbal horen praten. Het werd nu eens tijd dat Wim niet als malle pietje zijn gekke mannetjes-act moest opvoeren. Ik verlangde hevig naar een serieus interview met Wim Suurbier.
Twee dagen na publicatie van de column kreeg ik sms'jes en mailtjes. Ik werd gewaarschuwd: Wim Suurbier zocht contact met mij. Ik schrok daar van. Je helden moet je nooit spreken. Zeker voetballers niet. Zij moeten oneindig mooi bewegen. Voetballers, daar moet je naar kijken, met een zoon of dochter naast je. Helden moeten niet te dichtbij komen. Dat kan alleen maar tegenvallen.
Ik vrees de documentaire waarin Zinedine Zidane een jaar lang is gevolgd. Weg magie. Ik ben zo bang dat hij vlak boven een bord eten, met zijn vrouw op de achtergrond, een of ander krankzinnig verhaal vertelt over zijn grote hobby: modelbouw. Ik wil mij Zidane blijven herinneren als de dartelaar. De man die draaiend om zijn as drie tegenstanders liet omvallen. Van verbazing. Van Zidane weet ik weinig en dat wil ik graag zo houden. Ik heb recht op een zwijgende Zidane. Ik wil niet met een camera vlak achter hem hangen en mee loeren welke kippenbouillon hij koopt.
Het is als met de autobiografie van Keith Richards. Zo op papier valt het pas op hoe infantiel die hele Rock'n' Roll-pose eigenlijk is. Dat zeurderige gelul over hero�ne en in welke reet ze het verstopten en dat Keith in Frankrijk even met die en die sprak, je wilt het allemaal niet weten. Keith hoort er, in je verbeelding, uit te zien als een gitaar spelend stuk perkament met oogjes. Soms is hij bijna dood en dan blijkt het weer mee te vallen. Eens in de twee jaar maakt hij een kutplaat. Van Keith wil je niet weten dat hij heel goed met ballonnen een teckel kan vouwen.
Daarom wilde ik Wim Suurbier niet spreken. Ik was bang dat Wim te gewoon zou worden. Voor je het weet zit je recepten uit te wisselen. Kees Jansma heb ik een keer aan de telefoon gehad en aan het eind van het gesprek zaten we al vakantieplannen te maken. Levensgevaarlijk. Daar zat mijn angst, dat Wim Suurbier na een onverwacht gezellig gesprek mij zou gaan vertellen over de problemen die komen kijken bij het houden van kleine knaagdieren.
Net, nog maar een uur geleden, zag ik, in een documentaire, Barry Hay, de zanger van Golden Earring, op Cura�ao met een tuinslang zijn plantjes water geven. Om hem heen liepen een paar heel lieve hondjes. Barry's vrouw schilderde een schilderij na. Ik had dat liever niet geweten. Barry Hay in een korte broek, daarmee is mij in een klap veel afgenomen. Ik heb Barry Hay met een Bacardi-cola in zijn hand, als een man van 87 jaar oud, een stram dansje in zijn huiskamer zien doen. Dag Barry.
Vier dagen na publicatie van mijn column in VI ging de telefoon. Ik nam, verdiept in een boek, gedachteloos op en hoorde Wim Suurbier. Hij zei: �Hallo, u spreekt met Wim Suurbier.� Ik hing op en las door. Weer ging mijn telefoon. Weer hoorde ik de zin. �Hallo, u spreekt met Wim Suurbier.� Een goede openingszin, als je Wim Suurbier bent. Hallo, zei ik. Dat was alweer zoveel minder dan de zin van Wim. Ik lag binnen ��n seconde weerloos op mijn rug. Ik had Wim Suurbier aan de telefoon.
Ik kon alleen stamelen. Wim bleef mij schitterend consequent met u aanspreken. Ik luisterde. Hij las mijn column graag en hij had ook mijn column gelezen over �zijn eigen persoontje'. Ik kon alleen maar wat zuchten en brabbelen. Wim Suurbier legde mij uit dat hij vond dat je alles gewoon moest kunnen schrijven en dat hij wel snapte wat ik bedoelde, maar dat het hem verder ook weer niet zoveel uitmaakte. Hij had al zoveel meegemaakt in zijn leven. Hij had een paar goede gabbers en daar ging het eigenlijk om.
Ik moest even gaan zitten. Wim Suurbier zelf had net het woord gabber tegen mij gezegd. Niemand zegt mooier gabber dan Wim Suurbier. Als je het hem hoort zeggen, snap je opeens wat het betekent. Gabbers, daar heb je er maar een paar van in je leven. Door dik en dun, al die suikerzoete associaties bij het woord gabber, ze verdwenen als sneeuw voor de zon als je het Wim hoorde zeggen. Gabbetje, zei hij ook nog een keer. Hij vroeg waar ik woonde. Leiden, antwoordde ik. Wim wist niet wat hij hoorde. Daar woonde nog een oude gabbetje van hem. Leuk wonen daar, in Leiden. Hij kende het wel.
Ik zat op maandagochtend met Wim Suurbier over leuk wonen te praten. Wim legde mij uit waarom hij mij wilde spreken. In mijn column had ik geconstateerd dat hij wat moeilijk uit zijn woorden kwam. In combinatie met die verhalen over drinken was dan de conclusie snel getrokken. Dat wilde Wim even rechtzetten. Hij had een tijdje terug een lichte hersenbloeding gehad. Verder niks bijzonders. Maar vandaar. Verder niets aan de hand. Het leven was mooi. Hij had gabbetjes, woonde in Amerika en alles ging zoals het ging. Of ik hem begreep, waarom hij dat even wilde zeggen? Ja, meneer Suurbier, zei ik.
Ik hoop dat we maar nooit gabbetjes mogen worden en dat hij voor de rest van mijn leven weer onbereikbaar is. Dag Wim. Het ga je goed.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Nog niet eens zo heel lang geleden, tijdens het WK, schreef ik een column over de teleurstellende manier waarop Wim Suurbier in het programma VI werd gepresenteerd. Niet als een van de beste rechtsbacks ooit, maar als een met anekdotes gevulde zeepbel. Ruud Krol � de man die het camoufleren van een chronische taalachterstand al een leven lang naar een hoger niveau tilt � kreeg in Zuid-Afrika alle ruimte kreeg om zich te profileren als een coryfee en Wim Suurbier zat in een Hollandse studio weer eens te vertellen dat zijn lul bijna tot op de grond hangt.
Ik legde in de column uit hoezeer ik het betreurde dat Wim alweer was neergezet als iemand die zijn leven vult met naakt door hotels lopen. Dat wij Wim weer leerden kennen als een dronken gek die ooit op achterbanken van auto's in slaap viel. Ik legde uit dat ik graag van Wim had willen horen hoe hij Nederland vond verdedigen. Ik wilde de vakman Wim Suurbier over voetbal horen praten. Het werd nu eens tijd dat Wim niet als malle pietje zijn gekke mannetjes-act moest opvoeren. Ik verlangde hevig naar een serieus interview met Wim Suurbier.
Twee dagen na publicatie van de column kreeg ik sms'jes en mailtjes. Ik werd gewaarschuwd: Wim Suurbier zocht contact met mij. Ik schrok daar van. Je helden moet je nooit spreken. Zeker voetballers niet. Zij moeten oneindig mooi bewegen. Voetballers, daar moet je naar kijken, met een zoon of dochter naast je. Helden moeten niet te dichtbij komen. Dat kan alleen maar tegenvallen.
Ik vrees de documentaire waarin Zinedine Zidane een jaar lang is gevolgd. Weg magie. Ik ben zo bang dat hij vlak boven een bord eten, met zijn vrouw op de achtergrond, een of ander krankzinnig verhaal vertelt over zijn grote hobby: modelbouw. Ik wil mij Zidane blijven herinneren als de dartelaar. De man die draaiend om zijn as drie tegenstanders liet omvallen. Van verbazing. Van Zidane weet ik weinig en dat wil ik graag zo houden. Ik heb recht op een zwijgende Zidane. Ik wil niet met een camera vlak achter hem hangen en mee loeren welke kippenbouillon hij koopt.
Het is als met de autobiografie van Keith Richards. Zo op papier valt het pas op hoe infantiel die hele Rock'n' Roll-pose eigenlijk is. Dat zeurderige gelul over hero�ne en in welke reet ze het verstopten en dat Keith in Frankrijk even met die en die sprak, je wilt het allemaal niet weten. Keith hoort er, in je verbeelding, uit te zien als een gitaar spelend stuk perkament met oogjes. Soms is hij bijna dood en dan blijkt het weer mee te vallen. Eens in de twee jaar maakt hij een kutplaat. Van Keith wil je niet weten dat hij heel goed met ballonnen een teckel kan vouwen.
Daarom wilde ik Wim Suurbier niet spreken. Ik was bang dat Wim te gewoon zou worden. Voor je het weet zit je recepten uit te wisselen. Kees Jansma heb ik een keer aan de telefoon gehad en aan het eind van het gesprek zaten we al vakantieplannen te maken. Levensgevaarlijk. Daar zat mijn angst, dat Wim Suurbier na een onverwacht gezellig gesprek mij zou gaan vertellen over de problemen die komen kijken bij het houden van kleine knaagdieren.
Net, nog maar een uur geleden, zag ik, in een documentaire, Barry Hay, de zanger van Golden Earring, op Cura�ao met een tuinslang zijn plantjes water geven. Om hem heen liepen een paar heel lieve hondjes. Barry's vrouw schilderde een schilderij na. Ik had dat liever niet geweten. Barry Hay in een korte broek, daarmee is mij in een klap veel afgenomen. Ik heb Barry Hay met een Bacardi-cola in zijn hand, als een man van 87 jaar oud, een stram dansje in zijn huiskamer zien doen. Dag Barry.
Vier dagen na publicatie van mijn column in VI ging de telefoon. Ik nam, verdiept in een boek, gedachteloos op en hoorde Wim Suurbier. Hij zei: �Hallo, u spreekt met Wim Suurbier.� Ik hing op en las door. Weer ging mijn telefoon. Weer hoorde ik de zin. �Hallo, u spreekt met Wim Suurbier.� Een goede openingszin, als je Wim Suurbier bent. Hallo, zei ik. Dat was alweer zoveel minder dan de zin van Wim. Ik lag binnen ��n seconde weerloos op mijn rug. Ik had Wim Suurbier aan de telefoon.
Ik kon alleen stamelen. Wim bleef mij schitterend consequent met u aanspreken. Ik luisterde. Hij las mijn column graag en hij had ook mijn column gelezen over �zijn eigen persoontje'. Ik kon alleen maar wat zuchten en brabbelen. Wim Suurbier legde mij uit dat hij vond dat je alles gewoon moest kunnen schrijven en dat hij wel snapte wat ik bedoelde, maar dat het hem verder ook weer niet zoveel uitmaakte. Hij had al zoveel meegemaakt in zijn leven. Hij had een paar goede gabbers en daar ging het eigenlijk om.
Ik moest even gaan zitten. Wim Suurbier zelf had net het woord gabber tegen mij gezegd. Niemand zegt mooier gabber dan Wim Suurbier. Als je het hem hoort zeggen, snap je opeens wat het betekent. Gabbers, daar heb je er maar een paar van in je leven. Door dik en dun, al die suikerzoete associaties bij het woord gabber, ze verdwenen als sneeuw voor de zon als je het Wim hoorde zeggen. Gabbetje, zei hij ook nog een keer. Hij vroeg waar ik woonde. Leiden, antwoordde ik. Wim wist niet wat hij hoorde. Daar woonde nog een oude gabbetje van hem. Leuk wonen daar, in Leiden. Hij kende het wel.
Ik zat op maandagochtend met Wim Suurbier over leuk wonen te praten. Wim legde mij uit waarom hij mij wilde spreken. In mijn column had ik geconstateerd dat hij wat moeilijk uit zijn woorden kwam. In combinatie met die verhalen over drinken was dan de conclusie snel getrokken. Dat wilde Wim even rechtzetten. Hij had een tijdje terug een lichte hersenbloeding gehad. Verder niks bijzonders. Maar vandaar. Verder niets aan de hand. Het leven was mooi. Hij had gabbetjes, woonde in Amerika en alles ging zoals het ging. Of ik hem begreep, waarom hij dat even wilde zeggen? Ja, meneer Suurbier, zei ik.
Ik hoop dat we maar nooit gabbetjes mogen worden en dat hij voor de rest van mijn leven weer onbereikbaar is. Dag Wim. Het ga je goed.
Nico Dijkshoorn
bron: www.vi.nl
Sunday, January 9, 2011
Column van een anoniem Manic Monday lid...
Het waren 3 fantastische minuten
Soms zijn er van die momenten dat je je een beetje nutteloos voelt, dat je niet weet waarom je iets doet of waarom ze aan jou verzoeken om iets te doen. Dan denk je bij jezelf �daar gaan weer 3 minuten van mijn leven die ik nooit meer terug krijg�. Gisteren keek ik naar de bekerwedstrijd Bilboa-Barca, welke ik noodgedwongen moest volgen op een live-streaming op internet die meer weg had van de eerste editie van de bekende FIFA-game reeks dan van een vloeiend lopend beeld. Omdat Sport 1 geen geld heeft voor de rechten van deze bekercompetitie bleef er helaas geen ander mogelijkheid over dan met een veel te warme laptop op mijn schoot 93 minuten lang gekleurde strepen over het scherm te zien stoten. Gelukkig bestaat het Spaanse internet-commentaar voornamelijk uit het schreeuwen van de namen, iets waar ze ook helaas ook nog 2 man voor nodig hebben, waarbij je je voor kan stellen wat voor teringzooi het geeft als de een telkens herhaalt wat de ander zegt. Wie zich ergert aan het commentaar in Nederland kan ik adviseren om hier eens naar te luisteren, je bent spontaan genezen. De naam die ik erg lang niet hoorde was die van nieuwbakken aanwinst Ibrahim Afellay. Dat was ook niet zo gek, want na het noteren van alle dubbel geschreeuwde namen stond de teller zonder Ibi immers al op 22, waarbij je gedeeld door 2 tot een simpele conclusie komt. De wedstrijd was matig, maar spannend om naar te kijken en hoewel ik vooralsnog niet bepaald overtuigd ben van de kwaliteiten van Ibi, hoop er je toch stiekem op dat hij erin komt. Even dat moment dat hij bij het binnentreden van de lijnen bijna door de benen zakt van faalangst, wat welhaast moet gebeuren na zijn korte hooghoudt-slapstick tijdens de presentatie. Je krijgt er bijna medelijden mee wanneer je ziet dat de grote man van PSV aan het hooghouden is als een 50-jarige linksachter van het plaatselijke veteranen team.
Het staat 1-1, wat voor Barcelona voldoende is gezien de 0-0 in eigen huis, wanneer Ibi in de 90e minuut zijn opwachting maakt. Barcelona staat al even onder druk door de opportunistische Basken, waarop Ibi vlak voor de invalbeurt aan het jasje trekt van Guardiola met de vraag of hij niet beter komende zaterdag tegen Depor in mag vallen. Bij een nulletje of 4 voorsprong. Guardiola weet wat hij doet en brengt de nieuwe pupil toch in. Prachtig om te zien hoe hij David Villa vervangt; amper een week in Barcelona pakt hij de Spaanse vedette vast alsof het zijn broer is die na 6 maanden vechten in de modder van Afghanistan is teruggekeerd. Villa geeft nog een bemoedigend �laat me nu maar los-klopje� op de rug van Ibi, een hint die aan hem wel besteed is.
Net in het veld gekomen wordt Ibi meteen aan het werk gezet. Nou ja, aan het werk gezet� Iniesta stuurt hem diep, maar Ibi zelf staat niet best opgesteld, waardoor hij de bal niet haalt. De pass was perfect, maar dat kan je Ibi natuurlijk niet kwalijk nemen. De afgelopen maanden moest hij het voornamelijk doen met voorzetten van Manolevje, waarbij het er een beetje ingepeperd zit dat je de bal een paar meter achter je kan verwachten. Gelukkig ziet de toekomst voor Ibi er in dat opzicht best prima uit, want ook Alves heeft eenzelfde soort voet als Manolevje.
Na de wedstrijd was de vreugde groot bij Barcelona die met een minimaal verschil de kwartfinale heeft bereikt. De spelers bedanken elkaar en pakken elkaar nog eens stevig vast. Ibi doet zijn uiterste best om ook iedereen een keer vast te hebben gehad, iets wat hem vast en zeker wel gelukt zal zijn. Zijn shirt moest meteen uit, dan kon weer ongebruikt de tas in.
�Zo� dacht Ibi, �De eerste wedstrijd van mij zit erop��.
Nu nog het eerste balcontact�
El an�nimo
Soms zijn er van die momenten dat je je een beetje nutteloos voelt, dat je niet weet waarom je iets doet of waarom ze aan jou verzoeken om iets te doen. Dan denk je bij jezelf �daar gaan weer 3 minuten van mijn leven die ik nooit meer terug krijg�. Gisteren keek ik naar de bekerwedstrijd Bilboa-Barca, welke ik noodgedwongen moest volgen op een live-streaming op internet die meer weg had van de eerste editie van de bekende FIFA-game reeks dan van een vloeiend lopend beeld. Omdat Sport 1 geen geld heeft voor de rechten van deze bekercompetitie bleef er helaas geen ander mogelijkheid over dan met een veel te warme laptop op mijn schoot 93 minuten lang gekleurde strepen over het scherm te zien stoten. Gelukkig bestaat het Spaanse internet-commentaar voornamelijk uit het schreeuwen van de namen, iets waar ze ook helaas ook nog 2 man voor nodig hebben, waarbij je je voor kan stellen wat voor teringzooi het geeft als de een telkens herhaalt wat de ander zegt. Wie zich ergert aan het commentaar in Nederland kan ik adviseren om hier eens naar te luisteren, je bent spontaan genezen. De naam die ik erg lang niet hoorde was die van nieuwbakken aanwinst Ibrahim Afellay. Dat was ook niet zo gek, want na het noteren van alle dubbel geschreeuwde namen stond de teller zonder Ibi immers al op 22, waarbij je gedeeld door 2 tot een simpele conclusie komt. De wedstrijd was matig, maar spannend om naar te kijken en hoewel ik vooralsnog niet bepaald overtuigd ben van de kwaliteiten van Ibi, hoop er je toch stiekem op dat hij erin komt. Even dat moment dat hij bij het binnentreden van de lijnen bijna door de benen zakt van faalangst, wat welhaast moet gebeuren na zijn korte hooghoudt-slapstick tijdens de presentatie. Je krijgt er bijna medelijden mee wanneer je ziet dat de grote man van PSV aan het hooghouden is als een 50-jarige linksachter van het plaatselijke veteranen team.
Het staat 1-1, wat voor Barcelona voldoende is gezien de 0-0 in eigen huis, wanneer Ibi in de 90e minuut zijn opwachting maakt. Barcelona staat al even onder druk door de opportunistische Basken, waarop Ibi vlak voor de invalbeurt aan het jasje trekt van Guardiola met de vraag of hij niet beter komende zaterdag tegen Depor in mag vallen. Bij een nulletje of 4 voorsprong. Guardiola weet wat hij doet en brengt de nieuwe pupil toch in. Prachtig om te zien hoe hij David Villa vervangt; amper een week in Barcelona pakt hij de Spaanse vedette vast alsof het zijn broer is die na 6 maanden vechten in de modder van Afghanistan is teruggekeerd. Villa geeft nog een bemoedigend �laat me nu maar los-klopje� op de rug van Ibi, een hint die aan hem wel besteed is.
Net in het veld gekomen wordt Ibi meteen aan het werk gezet. Nou ja, aan het werk gezet� Iniesta stuurt hem diep, maar Ibi zelf staat niet best opgesteld, waardoor hij de bal niet haalt. De pass was perfect, maar dat kan je Ibi natuurlijk niet kwalijk nemen. De afgelopen maanden moest hij het voornamelijk doen met voorzetten van Manolevje, waarbij het er een beetje ingepeperd zit dat je de bal een paar meter achter je kan verwachten. Gelukkig ziet de toekomst voor Ibi er in dat opzicht best prima uit, want ook Alves heeft eenzelfde soort voet als Manolevje.
Na de wedstrijd was de vreugde groot bij Barcelona die met een minimaal verschil de kwartfinale heeft bereikt. De spelers bedanken elkaar en pakken elkaar nog eens stevig vast. Ibi doet zijn uiterste best om ook iedereen een keer vast te hebben gehad, iets wat hem vast en zeker wel gelukt zal zijn. Zijn shirt moest meteen uit, dan kon weer ongebruikt de tas in.
�Zo� dacht Ibi, �De eerste wedstrijd van mij zit erop��.
Nu nog het eerste balcontact�
El an�nimo
Subscribe to:
Posts (Atom)

